Eiseres, een vrouw van Liberiaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in na mishandeling en bedreiging door de broer van haar overleden echtgenoot. Zij verbleef na haar vlucht in Guinee en later in Liberia bij een vriend van haar overleden man. De minister wees haar aanvraag af omdat de vrees voor vervolging niet gegrond was en zij geen reëel risico op ernstige schade liep bij terugkeer.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de bedreigingen door de broer nog actueel zijn, mede omdat zij sinds 2021 in Europa verblijft en geen contact meer heeft gehad met de bedreiger. Ook is niet gebleken dat de Liberiaanse autoriteiten haar geen bescherming kunnen bieden.
De vrees voor besnijdenis van haar dochter valt buiten de reikwijdte van haar eigen asielaanvraag, aangezien de dochter nog in Liberia verblijft. De rechtbank volgt het standpunt van de minister dat eiseres kan terugkeren naar Liberia, zonder dat zij specifiek naar de plaats van mishandeling hoeft terug te keren.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. Spelt op 19 februari 2026.