Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Inleiding
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.N.R. Peters, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, afkomstig uit Nigeria en afkomstig uit een adellijke familie, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde te vrezen voor zijn veiligheid vanwege een landconflict waarbij zijn vader betrokken was, die een man had gedood en daarvoor gevangen zat. De minister wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van dit motief.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij tot de familie van zijn vader behoorde, mede door het ontbreken van objectieve documenten en geloofwaardige verklaringen. Ook was het relaas over het landconflict en de gevolgen daarvan onvoldoende onderbouwd, mede door het ontbreken van officiële stukken en nieuwsberichten.
Verder kon eiser niet aannemelijk maken dat hij nog steeds gevaar loopt bij terugkeer naar Nigeria. De rechtbank concludeerde dat de minister zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat het asielrelaas niet geloofwaardig is en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.