ECLI:NL:RBDHA:2026:4823
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 26 april 2024 en diende uiterlijk binnen zes maanden te beslissen, met een mogelijke verlenging vanwege een besluitmoratorium voor Sudan.
Het besluitmoratorium gold van 8 juli 2023 tot en met 6 juli 2024, waardoor de beslistermijn voor aanvragen uit Sudan werd verlengd met één jaar tot maximaal 21 maanden. De minister heeft de verlenging aanvankelijk met negen maanden toegepast, maar deze later ingetrokken, waardoor de standaard beslistermijn van zes maanden weer geldt voor aanvragen vanaf 1 januari 2024.
Eiser stelde de minister op 25 september 2025 in gebreke, terwijl de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Hierdoor is de ingebrekestelling te vroeg ingediend en is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N.B. Yalcinkaya op 9 januari 2026. Eiser kan binnen zes weken een verzetschrift indienen als hij het niet eens is met deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.