ECLI:NL:RBDHA:2026:4856
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding bij telefonische hoorzitting in WOZ-bezwaarprocedure
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en een proceskostenvergoeding ontvangen voor de bezwaarfase, waarbij verweerder 0,5 punt toekende voor de telefonische hoorzitting. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom van de forfaitaire regeling wordt afgeweken en dat het enkel verwijzen naar jurisprudentie niet voldoet aan de motiveringsplicht.
Tijdens de hoorzitting op 27 mei 2025 zijn 18 bezwaren van dezelfde gemachtigde behandeld, allen gegrond verklaard. De rechtbank stelt vast dat eiser recht heeft op een vergoeding van 1 punt voor de hoorzitting, conform de hoofdregel in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). De rechtbank past ook de samenhangende zakenfactor toe, waardoor de proceskostenvergoeding wordt aangepast.
De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd voor zover deze betrekking heeft op de proceskostenvergoeding in de bezwaarfase. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard en de proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op € 3,89 per eiser, met een vergoeding van het griffierecht van € 53.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar over de proceskostenvergoeding en stelt een hogere vergoeding vast voor de telefonische hoorzitting.