ECLI:NL:RBDHA:2026:4872
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding bij telefonische hoorzitting in WOZ-bezwaarprocedure
Eiser betwistte de toekenning van 0,5 punt voor de telefonische hoorzitting in de bezwaarfase van een WOZ-waarde bezwaarprocedure. Verweerder had deze vergoeding toegekend op grond van bijzondere omstandigheden, maar gaf geen nadere motivering waarom werd afgeweken van de forfaitaire regeling in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
De rechtbank stelde vast dat de bewijslast voor bijzondere omstandigheden bij verweerder ligt en dat enkel verwijzen naar jurisprudentie onvoldoende is. Hierdoor is sprake van een motiveringsgebrek en is de uitspraak op bezwaar vernietigd voor zover deze de proceskostenvergoeding betreft.
De rechtbank bepaalde dat eiser recht heeft op een vergoeding van 1 punt voor de hoorzitting, conform de standaardregeling in het Bpb, en stelde de proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase vast op € 80,88. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is gedaan in samenhang met 17 andere soortgelijke zaken, waarbij een samenhangfactor werd toegepast voor de berekening van de proceskosten in de beroepsfase.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en de proceskostenvergoeding voor de hoorzitting is vastgesteld op 1 punt conform het Bpb, met vergoeding van griffierecht.