ECLI:NL:RBDHA:2026:4875
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding bij telefonische hoorzitting in WOZ-bezwaarprocedure
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of verweerder terecht 0,5 punt heeft toegekend voor de telefonische hoorzitting in de bezwaarfase van een WOZ-waardeprocedure. Eiser betoogt dat verweerder zonder nadere motivering heeft afgeweken van de forfaitaire regeling en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een matiging rechtvaardigen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder in de uitspraak op bezwaar onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij afwijkt van de standaardregeling en dat het enkel verwijzen naar jurisprudentie niet voldoet aan de motiveringsplicht. De telefonische hoorzitting vond plaats op 27 mei 2025 en betrof 18 samenhangende zaken van dezelfde gemachtigde, waarbij alle bezwaren gegrond zijn verklaard.
De rechtbank oordeelt dat eiser recht heeft op een vergoeding van 1 punt voor de hoorzitting conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Daarnaast wordt rekening gehouden met de samenhang van de zaken en de toepasselijke wettelijke vermenigvuldigingsfactoren. De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd voor zover deze de proceskostenvergoeding betreft en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden deel van de uitspraak op bezwaar en bepaalt dat eiser recht heeft op een volledige proceskostenvergoeding voor de telefonische hoorzitting.