ECLI:NL:RBDHA:2026:4877
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding bij telefonische hoorzitting in WOZ-zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of verweerder terecht 0,5 punt heeft toegekend voor de telefonische hoorzitting in de bezwaarfase van een WOZ-waarde bezwaarprocedure. Eiser betoogt dat verweerder niet heeft gemotiveerd waarom van de forfaitaire regeling wordt afgeweken en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een matiging rechtvaardigen.
De rechtbank stelt vast dat de telefonische hoorzitting op 27 mei 2025 heeft plaatsgevonden en dat verweerder in de uitspraak op bezwaar heeft nagelaten een deugdelijke motivering te geven voor de afwijking van de forfaitaire regeling. Enkel verwijzen naar jurisprudentie is onvoldoende en vormt een motiveringsgebrek in strijd met artikel 3:46 Awb Pro.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden gedeelte van de uitspraak op bezwaar en bepaalt dat eiser recht heeft op een vergoeding van 1 punt voor de hoorzitting. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De zaak maakt onderdeel uit van een samenhangende behandeling van 18 soortgelijke zaken.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden gedeelte van de uitspraak op bezwaar en bepaalt dat eiser recht heeft op een vergoeding van 1 punt voor de telefonische hoorzitting.