Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:4878

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
C/09/688446 HA ZA 25-619
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:87 BWArt. 6:95 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing schadevergoeding wegens wanprestatie bij gebrekkige kozijnvervanging

In juni 2023 sloten partijen een aannemingsovereenkomst voor het vervangen van houten kozijnen door kunststof kozijnen en dubbel glas in een appartement uit 1926. De werkzaamheden werden in augustus 2023 uitgevoerd en opgeleverd, maar er ontstonden gebreken, waaronder het verwijderen van dragende kozijnen zonder vervangende constructie.

Na inspectie door een bouwkundige en meerdere contacten over herstel, bleef een deugdelijk herstel uit. Eisers vorderden schadevergoeding gebaseerd op een offerte en calculatie van herstelkosten, inclusief deskundigenkosten. Kozijndeal erkende aansprakelijkheid maar betwistte de hoogte van de schadevergoeding.

De rechtbank oordeelde dat de offerte als uitgangspunt kon dienen en dat Kozijndeal onvoldoende had gemotiveerd waarom bepaalde kostenposten onredelijk hoog zouden zijn. Diverse kosten werden deels of volledig toegewezen, waaronder herstelkosten, deskundigenkosten en wettelijke rente. Kozijndeal werd veroordeeld tot betaling van € 34.148,46 plus rente en proceskosten.

Uitkomst: Kozijndeal wordt veroordeeld tot betaling van € 34.148,46 schadevergoeding, wettelijke rente en proceskosten wegens wanprestatie bij gebrekkige kozijnvervanging.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
zaak- / rolnummer: C/09/688446 HA ZA 25-619
Vonnis van 4 februari 2026
in de zaak van

1.[eisers sub 1] te [woonplaats],

2. [eisers sub 2]te [woonplaats],
eisers,
hierna samen te noemen: [eisers]
advocaat: mr. A.P. van Dijk,
tegen
KOZIJNDEAL NEDERLAND B.V.te Enschede,
gedaagde,
hierna te noemen: Kozijndeal,
advocaat: mr. K.B.J. Brefeld.

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 3 juli 2025 met producties;
- de conclusie van antwoord met producties.
1.2.
Op 23 december 2025 heeft de mondelinge behandeling van de zaak
plaatsgevonden, waar [eisers] zijn verschenen, bijgestaan door hun advocaat. Van de zijde
van Kozijndeal was mr. Brefeld aanwezig. De griffier heeft van de mondelinge behandeling
aantekeningen gemaakt.

2.De feiten

2.1.
Tussen partijen is in juni 2023 een aannemingsovereenkomst gesloten met betrekking tot het vervangen van houten kozijnen door kunststof kozijnen en dubbel glas van drie raampartijen en een erker in de woning (appartement op de derde bouwlaag) uit 1926 van [eisers]
2.2.
De werkzaamheden zijn in augustus 2023 uitgevoerd en opgeleverd in september 2023. Voor de verrichte werkzaamheden – die exclusief afwerking/aftimmering waren – is
€ 10.600,- (inclusief btw) betaald. In oktober 2023 heeft Kozijndeal in overleg met [eisers] € 1.000,- aan hen betaald in verband met een klacht over de afwerking van een draai/kiepraam.
2.3.
Nadat een derde partij in februari 2024 de afwerking/aftimmering van de kozijnen startte, kwamen meer gebreken aan de door Kozijndeal geplaatste kozijnen aan het licht (onder meer gebreken wat betreft waterdichtheid en er waren dragende kozijnen in de erker verwijderd zonder dat een nieuwe dragende constructie was aangebracht).
2.4.
[eisers] hebben een bouwkundige ([naam] van ON.SITE Bouwbaas) ingeschakeld, die in een rapportage van 10 juli 2024 in kaart heeft gebracht wat de gebreken zijn. Onder meer is vermeld dat diverse ernstige gebreken zijn geconstateerd. Zo is bijvoorbeeld een oude draagconstructie in de erker door Kozijndeal verwijderd zonder dat een deugdelijke dragende constructie is teruggeplaatst.
2.5.
Partijen hebben meermaals contact gehad over herstel van de gebreken. Nadat een door [eisers] gevraagd gedegen plan van aanpak met een constructieberekening voor de draagconstructie in de erker uitbleef, is op 28 maart 2025 een omzettingsverklaring (artikel 6:87 BW Pro) uitgebracht en is aanspraak gemaakt op vervangende schadevergoeding.
2.6.
In een door [eisers] overgelegde offerte van [bouwbedrijf] van 10 maart 2025 is een bedrag vermeld van € 39.095,35 voor het uitvoeren van de werkzaamheden genoemd in het onder 2.4 bedoelde rapport. De onder 2.4 bedoelde deskundige heeft de herstelkosten berekend op € 34.963,37 (inclusief BTW).

3.Het geschil

3.1.
[eisers] vorderen – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad Kozijndeal te veroordelen tot betaling van:
- een bedrag aan schadevergoeding van primair € 39.095,35 en subsidiair € 34.963,37 dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- een bedrag van € 2.993,54 aan gemaakte kosten om de schade vast te stellen (rapport en calculatie), te vermeerderen met de wettelijke rente;
- de (na)kosten.
3.2.
[eisers] leggen daaraan – samengevat – ten grondslag dat Kozijndeal op grond van wanprestatie aansprakelijk is voor de door [eisers] geleden schade die het gevolg is van het plaatsen van kozijnen met een gebrekkig eindresultaat. Kozijndeal heeft de mogelijkheid gekregen om tot herstel over te gaan, maar dat heeft niet tot een deugdelijk eindresultaat geleid. De kosten van herstel bedragen volgens een overgelegde offerte
€ 39.095,35 (inclusief btw) en wel € 34.963,37 (inclusief btw) op basis van een gemaakte calculatie in het overgelegde rapport van 10 juli 2024. De gemaakte deskundigenkosten van
€ 2.993,54 dienen ook door Kozijndeal vergoed te worden.
3.3.
Kozijndeal voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van [eisers] in de proceskosten.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Niet in geschil is dat Kozijndeal tekort is geschoten in de nakoming van haar uit de aannemingsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen. Kozijndeal heeft ter zitting verklaard het aanvankelijk gevoerde verweer dat zij op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden niet aansprakelijk is voor de schade die [eisers] hebben geleden als gevolg van de gebrekkig uitgevoerde werkzaamheden niet langer te handhaven, omdat de algemene voorwaarden hier niet toepasselijk zijn. Daarmee staat vast dat Kozijndeal schadeplichtig is.
4.2.
Wat resteert is het verweer dat ziet op de hoogte van de schade. Kozijndeal voert aan dat de gevorderde schadevergoeding onrealistisch hoog is. Het gevorderde bedrag aan schadevergoeding is gebaseerd op de offerte van [bouwbedrijf], terwijl [bouwbedrijf] volgens Kozijndeal niet gespecialiseerd is in het plaatsen van kunststof kozijnen maar in timmerwerkzaamheden en wijnarrangementen verzorgen. Dat volgt uit het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Verder voert Kozijndeal aan dat de offerte van [bouwbedrijf] veel te hoog is.
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat de offerte van [bouwbedrijf] tot uitgangspunt kan worden genomen, waarin de herstelkosten zijn begroot op € 39.095,35. Dat [bouwbedrijf] niet gespecialiseerd zou zijn in de werkzaamheden die hier aan de orde zijn, is met een e-mail van 10 december 2025 van [bouwbedrijf] en ter zitting voldoende gemotiveerd weersproken. In deze e-mail is toegelicht dat deze aannemer als zzp-er ervaring heeft met onder meer het plaatsen van kozijnen, daarmee vrijwel dagelijks bezig is en samenwerkt met aannemers met expertise op het gebied van draagconstructies, kozijnen en aftimmeren. [eisers] hebben verklaard voornemens te zijn het werk door [bouwbedrijf] te laten uitvoeren en zouden dat niet doen als zij geen vertrouwen in deze partij hadden. De rechtbank merkt tot slot op dat Kozijndeal ervoor had kunnen kiezen een offerte of rapport door een door haar deskundig geachte partij te laten opstellen, maar dat niet heeft gedaan.
4.4.
Voor zover Kozijndeal aanvoert dat bepaalde werkzaamheden niet tot de opdracht behoorden (stukadoorswerkzaamheden en metselwerk), kan dat verweer haar niet baten. Voor de stelposten stukadoorswerkzaamheden en metselwerk zijn immers geen kosten in de offerte opgenomen, zodat die posten geen deel uitmaken van de onderhavige vordering.
Bovendien geldt dat in de offerte van [bouwbedrijf] de kosten voor de werkzaamheden zijn begroot die nodig zijn voor herstel van de gebreken genoemd in het onder 2.4 bedoelde rapport. Kozijndeal heeft wanprestatie gepleegd en de in de offerte genoemde posten – voor zover deze niet onder de opdracht van Kozijndeal vielen – zien op herstel van door Kozijndeal verrichtte werkzaamheden. Kozijndeal heeft onder meer houten kozijnen uit een erker van een appartement uit 1926 verwijderd zonder te verifiëren of deze een dragende functie hadden. Van een professionele partij die een ingrijpende verbouwing als hier verricht en heeft verklaard daarmee ervaring te hebben, mag worden verwacht dat eerst wordt onderzocht of sprake is van een dragende constructie. De kosten die met herstel van het werk, waaronder de constructie van de erker, gemoeid zijn komen daarom voor rekening van Kozijndeal.
4.5.
De herstelkosten die door Kozijnbouw inhoudelijk (qua omvang of noodzaak) worden betwist, zullen hierna worden besproken. De overige herstelkosten zoals begroot in de offerte van [bouwbedrijf] staan als onbetwist vast.
Huur van een steiger
4.6.
Volgens Kozijnbouw is ten onrechte uitgegaan van vier weken steigerhuur
(€ 1.443,31 excl. btw) voor het verwijderen en plaatsen van zes kozijnen. Dergelijke werkzaamheden zouden volgens haar hooguit een week duren. Ook zou niet duidelijk zijn voor welke werkzaamheden een steiger nodig is.
4.7.
De rechtbank overweegt dat nu de herstelwerkzaamheden aan de kozijnen en constructie van de erker op de derde verdieping plaatsvinden, de noodzaak van steigerhuur geen nadere toelichting behoeft. Verder heeft [bouwbedrijf] op dit verweer gereageerd per e-mail van 10 december 2025 en gemeld dat de steigerleverancier een standaardprijs hanteert van vier weken. [bouwbedrijf] heeft in dit bericht niet gereageerd op de stelling van Kozijndeal dat dergelijke werkzaamheden doorgaans hooguit een week duren. Dat de werkzaamheden langer dan een week duren en dat een steiger niet voor een kortere periode dan vier weken te huren is acht de rechtbank niet aannemelijk en onvoldoende onderbouwd. Daarom zal voor deze post € 360,83 voor een week steigerhuur worden toegewezen.
Huur van een kraan en bouwvergunning
4.8.
Het is Kozijndeal niet duidelijk waarom de post ‘huur kraan + vergunning € 974,62’ is opgenomen in de offerte.
4.9.
Uit voornoemde e-mail van [bouwbedrijf] blijkt dat een kraan zal worden gebruikt om de van buitenaf te plaatsen kozijnen omhoog te tillen. Daarmee is deze post, gelet op de summiere betwisting, voldoende onderbouwd qua noodzaak en omvang.
Container
4.10.
Kozijndeal betwist de in de offerte opgenomen kosten (€ 1.463,92 exclusief btw) voor het huren van een container en het afvoeren van sloopmateriaal en stelt daar zelf normaliter € 287,75 voor te betalen.
4.11.
[bouwbedrijf] heeft in voornoemde e-mail toegelicht dat deze post ziet op afvoer van sloopmateriaal vanaf de tweede verdieping. Ook zou deze post zien op verticaal transport van materialen en gereedschappen. De rechtbank ziet aanleiding deze post, uitgaande van werkzaamheden van één week, tot een vierde deel daarvan toe te wijzen (€ 365,98 exclusief btw).
Leveren en monteren kozijnen
4.12.
De geoffreerde kosten van € 11.785,92 (exclusief btw) voor het leveren en monteren van zes kozijnen acht Kozijndeal, gelet op het bedrag dat zij zelf heeft ontvangen onrealistisch hoog.
4.13.
[eisers] heeft daartegen aangevoerd dat de geoffreerde herstelkosten voor vervanging van de kozijnen niet veel hoger zijn dan het bedrag dat Kozijndeal heeft gerekend. De rechtbank overweegt dat het door Kozijndeal ontvangen bedrag niet alleen zag op leveren en monteren van kozijnen. Dat was een totaalbedrag waarin ook andere posten (zoals glas) inbegrepen waren en waarop nadien nog € 1.000,- door Kozijndeal is gecrediteerd. De rechtbank ziet aanleiding het toe te wijzen bedrag schattenderwijs te bepalen op € 8.374,- (exclusief btw).
Stelkozijnen
4.14.
Kozijndeal betwist de post van € 3.346,57 (exclusief btw) voor het ‘timmeren van stelkozijnen’ en stelt dat dergelijke kosten normaliter € 223,30 bedragen (uitgaande van 36 meter aan stelkozijnen).
4.15.
[bouwbedrijf] heeft in voornoemde e-mail toegelicht dat € 223,30 niet realistisch is voor okoume stelkozijnen en dat deze post ook omvat het aanbrengen van een nieuwe constructie en het bewerken van het okoume om de stelkozijnen wind- en waterdicht te maken. [bouwbedrijf] laat na deze post deugdelijk te onderbouwen en Kozijndeal laat na toe te lichten of het door haar genoemde bedrag ook ziet op arbeidsuren en standaardafmetingen. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding deze post tot € 1.000,- toe te wijzen (exclusief btw).
Glas
4.16.
Kozijndeal stelt dat een bedrag van € 922,05 (exclusief btw) voor het leveren van plaatsen van negen vierkante meter isolatieglas meer dan het dubbele is van de door haar gehanteerde prijs.
4.17.
Volgens [bouwbedrijf] is deze kostenpost ‘helemaal niet zo gek, gelet op een snelle google zoektocht’, wat op zich klopt. De door Kozijndeal gegeven toelichting op deze post is onduidelijk. De rechtbank de noodzaak en omvang van deze kosten als onvoldoende gemotiveerd betwist vaststaan.
Het afplakken van de vloer en opbouwen ladderlift
4.18.
Het verweer ten aanzien van de kosten voor het afplakken van de vloer en opbouwen van een ladderlift wordt als onvoldoende gemotiveerd en onvoldoende onderbouwd gepasseerd, nu hierover slechts is vermeld: “
Daarnaast vraagt [bouwbedrijf]
€ 660,61 (!) voor het afplakken van de vloer, € 490,80 voor het opbouwen van een ladderlift”.
Kosten voor vaststellen schade
4.19.
[eisers] maken aanspraak op de deskundigenkosten ten bedrage van € 2.993,54 (inclusief btw). Het gaat hierbij om kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid (artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro). Deze post is niet betwist, nu het gevoerde verweer dat deze kosten op grond van de algemene voorwaarden niet toewijsbaar zijn niet is gehandhaafd. De rechtbank is van oordeel dat het redelijk was om deskundigen in te schakelen en dat de kosten daarvan redelijk zijn, zodat deze vordering op basis van artikel 6:95 juncto Pro 6:96 lid 2 BW toewijsbaar is.
Tussenconclusie
4.20.
Het voorgaande betekent dat het toe te wijzen bedrag (€ 2.993,54 + € 31.154,92 =)
€ 34.148,46 is.
Wettelijke rente over schade en over deskundigenkosten
4.21.
In het kader van de vordering tot betaling van wettelijke rente over het toe te wijzen schadebedrag vanaf de datum van de dagvaarding overweegt de rechtbank het volgende. Door de omzettingsverklaring is het verzuim van de oorspronkelijke verbintenis (nakoming van de aannemingsovereenkomst) teniet gegaan. Kozijndeal is vervolgens met betrekking tot de verbintenis tot vervangende schadevergoeding opnieuw in verzuim geraakt. Zo is Kozijndeal op 28 maart 2025 gesommeerd om de vervangende schadevergoeding uiterlijk binnen veertien dagen te vergoeden. Dit heeft zij niet gedaan en zij is dan ook in verzuim ten aanzien van de verbintenis tot vervangende schadevergoeding. De vordering tot betaling van wettelijke rente over het schadebedrag, waaronder begrepen de deskundigenkosten, wordt dan ook toegewezen zoals gevorderd.
Proceskosten
Kozijndeal is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Over deze kosten is geen wettelijke rente gevorderd. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:
- dagvaarding € 147,40
- griffierecht € 1.374,00
- salaris advocaat € 1.572,00 (2 punten maal € 786)
- nakosten € 178,- (plus de evt. verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 3.271,40

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
veroordeelt Kozijndeal om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 34.148,46, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de dag der dagvaarding tot de dag van algehele betaling;
5.2.
veroordeelt Kozijndeal in de proceskosten van [eisers], tot op heden begroot op € 3.271,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als niet tijdig aan de veroordelingen wordt voldaan en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Kozijndeal
€ 92 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. de Keuning en in het openbaar uitgesproken op
4 februari 2026.