ECLI:NL:RBDHA:2026:4882
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding bij telefonische hoorzitting in WOZ-bezwaarprocedure
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of verweerder terecht 0,5 punt heeft toegekend voor de telefonische hoorzitting in de bezwaarfase van een WOZ-waardeprocedure. Eiser betoogt dat verweerder zonder nadere motivering heeft afgeweken van de forfaitaire regeling en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die matiging rechtvaardigen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder in de uitspraak op bezwaar onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij afwijkt van de standaardregeling en dat het enkel verwijzen naar jurisprudentie niet voldoet aan het motiveringsvereiste van artikel 3:46 Awb Pro. De bewijslast voor bijzondere omstandigheden ligt bij verweerder, die deze niet heeft kunnen aantonen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden deel van de uitspraak op bezwaar en bepaalt dat eiser recht heeft op een vergoeding van 1 punt voor de hoorzitting. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De zaak is inhoudelijk behandeld samen met 17 andere soortgelijke zaken, waarbij een samenhangfactor is toegepast bij de berekening van de proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden deel van de uitspraak op bezwaar en bepaalt dat eiser recht heeft op een volledige vergoeding van 1 punt voor de telefonische hoorzitting.