ECLI:NL:RBDHA:2026:4887
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag op 20 oktober 2025 niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 6 maart 2026 behandeld, samen met een gerelateerde zaak. De rechtbank heeft bij uitspraak op het beroep het beroep ongegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-ontvankelijk verklaarde besluit wordt afgewezen.