ECLI:NL:RBDHA:2026:489
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechter onbevoegd voor betaling proceskosten en griffierecht na VOG-procedure
Eiser, advocaat van een cliënt, vorderde betaling van proceskosten en griffierecht die door de voorzieningenrechter waren toegekend in een bestuursrechtelijke VOG-procedure. Ondanks meerdere verzoeken had verweerder deze bedragen niet betaald.
De bestuursrechter oordeelde dat de kwestie van betaling een civielrechtelijk executiegeschil betreft en dat de bestuursrechter op grond van artikel 8:1 Awb Pro niet bevoegd is om hierover te oordelen. De uitspraak van de voorzieningenrechter vormt een executoriale titel die via civielrechtelijke weg kan worden afgedwongen.
De rechtbank heeft daarom het onderzoek gesloten en het beroep ongegrond verklaard wegens onbevoegdheid van de bestuursrechter. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding of griffierechtvergoeding in deze procedure.
Partijen wordt geadviseerd een gerechtsdeurwaarder in te schakelen of een civiele procedure te starten om betaling af te dwingen. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 14 januari 2026 door rechter Kerstens-Fockens.
Uitkomst: De bestuursrechter verklaart zich onbevoegd om betaling van proceskosten en griffierecht af te dwingen; dit is een civielrechtelijk executiegeschil.