ECLI:NL:RBDHA:2026:4926
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen toekenning proceskostenvergoeding voor telefonische hoorzitting in WOZ-zaak
In deze zaak staat centraal of verweerder terecht 0,5 punt proceskostenvergoeding heeft toegekend voor een telefonische hoorzitting in de bezwaarfase van een WOZ-zaak. Eiseres betwist deze toekenning omdat verweerder niet heeft gemotiveerd dat sprake is van bijzondere omstandigheden zoals vereist in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Verweerder had de WOZ-waarde van een woning vastgesteld en deze na bezwaar verlaagd. Voor de bezwaarfase werd een proceskostenvergoeding toegekend, inclusief 0,5 punt voor de telefonische hoorzitting waarbij 18 zaken van dezelfde gemachtigde werden behandeld. Eiseres stelt dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd waarom van de forfaitaire regeling wordt afgeweken.
De rechtbank stelt vast dat verweerder in de uitspraak op bezwaar geen nadere motivering heeft gegeven en slechts verwees naar jurisprudentie, wat onvoldoende is. De bewijslast voor bijzondere omstandigheden ligt bij verweerder. De rechtbank vernietigt daarom het besluit over de proceskostenvergoeding voor de hoorzitting en bepaalt dat eiseres recht heeft op 1 punt vergoeding zonder matiging.
Daarnaast wordt rekening gehouden met samenhangende zaken en de toepasselijke wettelijke factoren voor de berekening van de proceskostenvergoeding in de beroepsfase. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd voor zover het de proceskostenvergoeding betreft.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de toekenning van 0,5 punt proceskostenvergoeding voor de telefonische hoorzitting in de bezwaarfase wordt vernietigd wegens gebrek aan motivering.