ECLI:NL:RBDHA:2026:4928
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding bij telefonische hoorzitting in WOZ-bezwaarprocedure
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en de daarbij behorende aanslag. Verweerder heeft het bezwaar gegrond verklaard en de WOZ-waarde verlaagd, waarna een proceskostenvergoeding werd toegekend, inclusief 0,5 punt voor het bijwonen van een telefonische hoorzitting.
Eiser betwist de toekenning van deze 0,5 punt omdat verweerder niet heeft gemotiveerd dat sprake was van bijzondere omstandigheden zoals vereist in artikel 2 lid 3 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Verweerder verwees slechts naar jurisprudentie zonder eigen motivering.
De rechtbank stelt vast dat verweerder in de uitspraak op bezwaar niet heeft toegelicht waarom hij afwijkt van de forfaitaire regeling en dat dit een motiveringsgebrek vormt. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en wordt de proceskostenvergoeding voor de hoorzitting aangepast naar 1 punt conform de hoofdregel.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat vanwege de samenhang van 18 zaken een factor van 1,5 geldt bij de berekening van de proceskostenvergoeding in de beroepsfase. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de toekenning van 0,5 punt voor de telefonische hoorzitting en stelt de proceskostenvergoeding op 1 punt vast.