Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 14 augustus 2025 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 8 oktober 2024. De rechtbank oordeelt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit, mits de beslistermijn is verstreken en een ingebrekestelling is ontvangen.
De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 8 april 2025 eindigen. Echter, vanwege het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium, dat van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025 gold voor vreemdelingen uit Syrië, werd deze termijn opgeschort. Hierdoor begon de termijn opnieuw op 14 juni 2025 en eindigde op 8 oktober 2025.
De ingebrekestelling werd op 18 juli 2025 ingediend, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom is het beroep tegen het uitblijven van een besluit niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en openbaar gemaakt op 10 maart 2026. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het geldende besluitmoratorium.