Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 14 augustus 2025 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 4 oktober 2024. De rechtbank oordeelt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit, mits de beslistermijn is verstreken en een ingebrekestelling is ontvangen.
De wettelijke beslistermijn voor asielaanvragen bedraagt zes maanden, wat in deze zaak zou eindigen op 4 april 2025. Echter, vanwege het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium voor vreemdelingen uit Syrië, dat liep van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025, was de beslistermijn opgeschort. Hierdoor werd de termijn hervat op 14 juni 2025 en eindigde deze op 4 oktober 2025.
Omdat de ingebrekestelling op 18 juli 2025 werd ingediend, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken, is het beroep tegen het uitblijven van een besluit kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het geldende besluitmoratorium.