Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 14 augustus 2025 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 31 augustus 2024. De rechtbank oordeelt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit, maar dat het beroep pas kan worden ingediend nadat een schriftelijke ingebrekestelling is ontvangen en de beslistermijn is verstreken.
De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 28 februari 2025 eindigen. Echter, vanwege het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium, dat van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025 gold voor vreemdelingen uit Syrië, werd deze termijn opgeschort. Hierdoor werd de beslistermijn hervat op 14 juni 2025 en eindigde deze op 31 augustus 2025.
Omdat de ingebrekestelling op 18 juli 2025 werd ingediend, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken, is het beroep tegen het uitblijven van een besluit kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank wijst het beroep af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het geldende besluitmoratorium.