ECLI:NL:RBDHA:2026:4957
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel
Verzoeker had beroep ingesteld tegen een vrijheidsbeperkende maatregel van de minister van Asiel en Migratie van 21 oktober 2025. Dit beroep werd ingetrokken nadat de minister op 11 februari 2026 het besluit met terugwerkende kracht introk, omdat de maatregel niet was geëffectueerd.
De rechtbank heeft de minister op 13 februari 2026 in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting. De rechtbank sloot daarop het onderzoek.
De minister erkende dat de maatregel waarschijnlijk niet was opgeheven zonder het beroep van verzoeker, wat inhoudt dat de minister aan het beroep is tegemoetgekomen. Op grond hiervan wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding toe en legt de minister op de vergoeding van € 934,- aan de gemachtigde van verzoeker te betalen, aangezien er geen andere kosten zijn gemaakt.
Verzoeker was op 2 januari 2026 met onbekende bestemming vertrokken, maar bleef wel contact houden met zijn gemachtigde. De uitspraak is gedaan door rechter H. Hanssen - Telman en griffier M.A. Postma en is openbaar gemaakt op 11 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe en veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan de gemachtigde van verzoeker.