ECLI:NL:RBDHA:2026:4958

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
NL25.37534 en NL25.38389
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42 VwBesluit tot instelling van het besluitmoratorium
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens besluitmoratorium

Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun asielaanvragen die zij op 21 augustus 2024 indienden. De rechtbank beoordeelt het beroep buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De wettelijke beslistermijn voor asielaanvragen bedraagt zes maanden, wat in deze zaak zou eindigen op 21 februari 2025. Echter, op de asielaanvragen is het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium van toepassing, omdat eiseressen de Syrische nationaliteit hebben en hun aanvragen voor 14 juni 2025 zijn ingediend. Dit moratorium liep van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025, waardoor de beslistermijn werd opgeschort en pas op 14 juni 2025 hervatte, met een nieuwe einddatum van 21 augustus 2025.

De ingebrekestelling werd op 18 juli 2025 ingediend, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor zijn de beroepen tegen het uitblijven van een besluit kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Uitkomst: De beroepen tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvragen worden niet-ontvankelijk verklaard vanwege het geldende besluitmoratorium.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.37534 en NL25.38389

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiseres 1] en [eiseres 2] , eiseressen,

V-nummer: [V-nummer 1] en [V-nummer 2]
(gemachtigde: mr. D. Aygur),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

Eiseressen hebben respectievelijk 12 en 14 augustus 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun asielaanvragen van 21 augustus 2024.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beoordeling door de rechtbank

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vw moet er binnen zes maanden op een asielaanvraag worden beslist. De beslistermijn zou daarom op 21 februari 2025 eindigen.
3. Op de asielaanvragen van eiseressen is het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium [1] van toepassing. Eiseressen stellen namelijk dat zij de Syrische nationaliteit hebben. Ook heeft verweerder nog geen besluit genomen op de asielaanvragen en zijn de asielaanvragen ingediend voor 14 juni 2025. Verder is niet gebleken dat eiseressen vielen onder één van de in artikel 4 van Pro het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium [2] genoemde categorieën die uitgesloten zijn van de werking van het besluitmoratorium. Het gevolg is dat de beslistermijn was opgeschort voor de duur van het besluitmoratorium. Dit was van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025. De wettelijke beslistermijn is daarom hervat op 14 juni 2025. De beslistermijn eindigde daarom op 21 augustus 2025.
4. Dat betekent dat op het moment van indiening van de ingebrekestelling, op 18 juli 2025, de beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom zijn de beroepen tegen het uitblijven van een besluit op de aanvragen kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 10 maart 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Besluit van de Minister van Asiel en Migratie van 11 december 2024, nummer 5987202, tot het instellen van een besluitmoratorium en vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië, Staatscourant 2024, 41538.
2.Besluit van de Minister van Asiel en Migratie van 11 december 2024, nummer 5987202, tot het instellen van een besluitmoratorium en vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië, Staatscourant 2024, 41538.