ECLI:NL:RBDHA:2026:4984
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toestemming vervangend gegeven voor skivakantie minderjarige ondanks zorgen vader
De moeder verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor drie vakanties met de minderjarige kinderen, waaronder een skivakantie met een georganiseerde jongerenreis. De vader maakte bezwaar vanwege zorgen over het gedrag van de jongste minderjarige, die problemen op school zou hebben, regelmatig zou vapet en alcohol zou drinken, en onvoldoende respect zou tonen voor gezag.
Tijdens de zitting bleek dat het gedrag van de minderjarige in de afgelopen maanden was verbeterd en dat de moeder een positieve verklaring van de schoolmentor overhandigde. De vader kon zijn stelling dat het nu niet goed gaat met het kind niet nader onderbouwen. De rechtbank nam ook mee dat de vader sinds een incident in september 2025 geen fysiek contact meer heeft met de minderjarige en daardoor minder zicht heeft op diens ontwikkeling.
De rechtbank oordeelde dat er geen aanleiding was om de skivakantie met professionele begeleiding te weigeren en verleende de moeder vervangende toestemming voor de skireis. Voor de zomervakantie en herfstvakantie wees de rechtbank het verzoek af wegens gebrek aan belang, omdat de vader inmiddels toestemming had gegeven. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming aan de moeder voor de skivakantie van de jongste minderjarige met een professionele reisorganisatie.