3.3.Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025339300, van de politie eenheid Den Haag, district Centrum, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 48) en van het aanvullend proces-verbaal (genummerd pagina 1 t/m 7).
1. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever], opgemaakt op 6 oktober 2025, voor zover inhoudende (p. 8):
Op 6 oktober 2025 bevond ik mij in Den Haag in de auto. Ik zag dat ineens een onbekende man de bijrijdersportier opende. Ik zag dat deze man op de bijrijdersstoel ging zitten. Ik zag dat de man in zijn rechterhand een aardappelschilmesje beet had. Ik hoorde de man zeggen "Drive! Drive! Drive!". Ik ging rijden omdat ik bang was dat de man anders het mesje tegen mij zou gebruiken. Ik vroeg aan de man waar ik heen moest gaan. Ik hoorde de man zeggen "Polen". Ik zag dat de man, na enkele meters rijden, schuin op de bijrijdersstoel ging zitten. Ik zag dat hij met zijn lichaam naar mij toe draaide. Ik zag dat de man nog het mesje beethield en een houding aannam alsof hij elk moment mij kon gaan steken.
2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 13 oktober 2025, voor zover inhoudende (p. 4 aanvullend proces-verbaal):
Op 13 oktober 2025 nam ik telefonisch een aanvullende verklaring op van aangever [aangever]. Tijdens deze verklaring is de vraag-antwoord methode gebruikt.
V: Wat deed hij precies met het mes?
A: De hele autorit heeft hij het mes in de richting van mijn borst / keel gehouden.
Hierdoor was ik echt bang voor mijn leven.
V: Wat gebeurde er bij het politiebureau?
A: Ik stopte de auto voor het bureau. De man was het hier kennelijk niet mee
eens en probeerde het stuur van mij over te pakken. Hierin ontstond een soort
worsteling.
3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 7 oktober 2025, voor zover inhoudende (p. 21 - 22):
Ik heb de camerabeelden uitgekeken. 11314 zijgevel 01 beeld 1:
12.59: Ik zie een zilvergrijze personenauto de Naaldwijkstraat in rijd. Ik zie dat
de personenauto abrupt remt en tot stilstand komt.
13.02: Ik zie dat portier van de bestuurder openzwaait, ik vermoed dat dit met kracht gebeurt. Ik zie het slachtoffer uitstappen, dit ziet er haastig uit. Ik zie dat de verdachte het slachtoffer nog probeert beet te pakken als hij uit het voertuig wil
stappen. Ik zie dat de verdachte nog op de bijrijdersstoel zit. Ik zie het slachtoffer snel weglopen in versnelde pas, richting het politiebureau.
4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 7 oktober 2025, voor zover inhoudende (p. 29):
Ik zag op de beelden dat de tweede man die uit de auto stapte, welke later verdachte [verdachte] bleek te zijn, een tas in zijn linkerhand vasthield en een onbekend voorwerp in zijn rechterhand. Ik zag dat hij deze voorwerpen op de grond neerlegde.
Omdat sprake zou zijn van een mes heb ik samen met collega [naam] een
veiligheidsfouillering uitgevoerd. Ik hoorde collega [naam] voorafgaand aan de
fouillering aan [verdachte] vragen of hij scherpe voorwerpen bij zich had. Ik hoorde [verdachte] zeggen dat hij een mes in zijn broekzak zou hebben zitten. Ik trof hier het
mes niet aan. Ik zag vervolgens dat naast de tas welke ik [verdachte] op de beelden op
straat neer zag zetten een mes lag. Ik zag dat hiernaast ook een blikje
alcoholhoudende drank lag. Vermoedelijk heeft de verdachte dus samen met zijn tas en het blikje alcoholhoudende drank het mes op straat neergelegd. Ik zag dat dit mes ongeveer een meter van [verdachte] af lag. Ik zag dat dit een aardappelschilmesje betrof.
5. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting, voor zover inhoudende:
Op 6 oktober 2025 ben ik in Den Haag de auto van een voor mij vreemde man binnengedrongen. Ik zei dat hij moest gaan rijden en sprak de woorden uit: “go, go”. Toen ging hij rijden. Hij vroeg waar ik naartoe wilde. Ik zei: “naar Polen”. Ik had een mesje bij me. Toen de man uitstapte vroeg ik hem dat niet te doen; ik wilde graag verder rijden. Om te voorkomen dat hij uit zou stappen heb ik denk ik mijn been op de veiligheidsgordel gelegd.