ECLI:NL:RBDHA:2026:5047
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op 3 januari 2025. De minister van Asiel en Migratie moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen, maar vanwege een besluitmoratorium voor Syrië gold een verlengde beslistermijn van maximaal 21 maanden.
Eiser stelde de minister op 20 november 2025 schriftelijk in gebreke, maar op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Volgens de Algemene wet bestuursrecht is een ingebrekestelling pas geldig als deze na het verstrijken van de beslistermijn wordt gedaan.
De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N.B. Yalcinkaya op 20 januari 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.