ECLI:NL:RBDHA:2026:5049
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tegemoetkoming planschade wegens ongewijzigde planologische situatie
Eiser diende een verzoek in om tegemoetkoming in planschade wegens vermeende waardevermindering van zijn percelen door het bestemmingsplan dat de bouw van nieuwe bedrijfswoningen zou hebben beperkt. Het college wees dit verzoek af op basis van een advies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ), dat stelde dat de bouw- en gebruiksmogelijkheden ongewijzigd waren gebleven.
De rechtbank bevestigde dat de toetsing van planschade plaatsvindt door een vergelijking van het oude en nieuwe planologische regime, waarbij feitelijke gebruiksmogelijkheden en omgevingsvergunningen op omliggende percelen niet relevant zijn. De wijzigingsbevoegdheid voor bedrijfswoningen, die in het oude plan aanwezig was maar geen rechtstreekse bouwtitel bood, werd buiten beschouwing gelaten.
Eiser voerde onder meer een beroep op het gelijkheidsbeginsel en stelde dat zijn percelen feitelijk niet meer in het buitengebied liggen, maar deze argumenten werden verworpen omdat zij niet relevant zijn voor de planologische vergelijking. De rechtbank oordeelde dat het college terecht op het deskundigenadvies mocht vertrouwen, aangezien eiser geen tegenadvies had ingebracht.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het besluit tot afwijzing van het verzoek bleef in stand en eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter S.H. van den Ende op 13 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om tegemoetkoming in planschade is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.