ECLI:NL:RBDHA:2026:5062

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
NL25.16291
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de minister van Asiel en Migratie het asielverzoek van de verzoeker op 1 april 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank.

De voorzieningenrechter heeft op 10 maart 2026 buiten zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.16290), is de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is definitief en er staat geen hoger beroep of verzet open. De zaak betreft een bestuursrechtelijke procedure binnen het vreemdelingenrecht, waarbij de rechter de afwijzing van een asielaanvraag als kennelijk ongegrond heeft bevestigd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.16291

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 1 april 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten zitting uitspraak.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.16290, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep waarop deze voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 10 maart 2026 door mr. E.J. Govaers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.