Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
alle vaste lasten en noodzakelijke onderhoudskosten van de echtelijke woning, waaronder de hypothecaire verplichtingen, alsmede alle verzekeringspremies die op de woning betrekking hebben
de kosten van de verzekeringspremies van de ziektekostenverzekering voor het hele gezin
de premie van de W.A.-verzekering voor het gehele gezin.
1 februari 2026 te verlaten. Tot slot heeft de man aan de vrouw bericht dat zij moet meewerken aan de notariële levering van de woning aan de man.
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
“de vrouw en kinderen het komende jaar of jaren nog in het echtelijk huis blijven wonen”. Partijen hebben die afspraak in 2011 gemaakt en op dit moment wonen zij nog steeds gezamenlijk in de woning. Gezien de stellingen van partijen over de huidige situatie, is de voorzieningenrechter van oordeel dat daaraan binnen afzienbare termijn een eind zal moeten komen. In de afspraak die partijen hebben gemaakt is weliswaar geen termijn verbonden aan de periode waarin de vrouw in de woning mag blijven wonen, maar partijen zijn als ex-echtgenoten gehouden om zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid. De hiervoor genoemde afspraak moet daarom met toepassing van die eisen worden uitgelegd. De voorzieningenrechter acht het dan redelijk dat aan de vrouw nu, zo’n vijftien jaar na het maken van de afspraak, een wat ruimer dan gebruikelijke termijn wordt gesteld waarbinnen zij de woning moet verlaten. Uiteraard geldt daarbij wel dat de man de hypotheek tegen die tijd moet hebben overgenomen en de vrouw is ontslagen uit de aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld. Als dat onverhoopt niet mocht lukken, is namelijk sprake van een situatie waarover partijen in het convenant geen afspraak hebben gemaakt. Partijen zullen in dat geval in overleg moeten treden over de ontstane situatie. De voorzieningenrechter ziet op voorhand geen ruimte om de vrouw ook in dat geval te veroordelen tot ontruiming van de woning.
1 november 2026. De voorzieningenrechter acht dit een redelijke termijn om de vrouw in de gelegenheid te stellen om alternatieve woonruimte te vinden. De voorzieningenrechter drukt de vrouw op het hart om hiermee direct aan de slag te gaan.
de situatie heeft uitgelegd” en daarin heeft vermeld dat de man ziek is. Niet gebleken is dat de man de vrouw toestemming heeft gegeven om dergelijke privé-informatie met de bank (of met andere derden) te delen. Door deze informatie zonder toestemming van de man aan de bank te verstrekken, handelt de vrouw onrechtmatig jegens de man. Dat rechtvaardigt toewijzing van het door de man verzochte verbod. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om een dwangsom aan de vrouw op te leggen, als stimulans om de veroordeling in dit vonnis na te komen. De op te leggen dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.