ECLI:NL:RBDHA:2026:5085

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
NL24.50459 en NL24.50464
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 2 Terugkeerrichtlijn 2008/115/EGArt. 62a lid 1 sub b Vreemdelingenwet 2000Art. 2 lid 1 SIS-Verordening (EU) nr. 2018/1860
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling terugkeerbesluit en SIS-signalering bij betwisting rechtmatig verblijf in Portugal

Eiser, met de Bengalese nationaliteit, had een verblijfsvergunning voor studie in Nederland die is ingetrokken. Verweerder legde een terugkeerbesluit op en signaleerde eiser in het Schengen Informatie Systeem (SIS). Eiser betwistte dit en voerde aan rechtmatig verblijf te hebben in Portugal, wat volgens hem de signalering onterecht maakt.

De rechtbank stelde vast dat eiser niet heeft aangetoond dat hij rechtmatig verblijf heeft in Portugal. Eiser gaf toe dat zijn eerdere stelling hierover onjuist was en dat zijn aanvraag in Portugal was afgewezen. De rechtbank oordeelde dat verweerder daarom terecht het terugkeerbesluit heeft genomen en de signalering in het SIS heeft uitgevoerd.

Eiser voerde ook een beroep op het gelijkheidsbeginsel en stelde dat hij onterecht niet is gehoord in bezwaar. De rechtbank verwierp deze gronden omdat ze niet tijdig en onvoldoende onderbouwd waren. Bovendien was het niet horen gerechtvaardigd omdat geen twijfel bestond dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter N. Boonstra en griffier I.G.A. Karregat.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en de SIS-signalering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.50459 (beroep) en NL24.50464 (voorlopige voorziening)
V-nummer: [V-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

(gemachtigde: mr. L. Soedamah),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. E.P.C. van der Weijden).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak gaat over de oplegging van een terugkeerbesluit aan eiser en de signalering van eiser in het Schengen Informatie Systeem (SIS). Eiser is het daar niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder terecht het terugkeerbesluit heeft opgelegd en eiser terecht in het SIS heeft gesignaleerd. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1.
Eiser is geboren op [geboortedag] 1997 en heeft de Bengalese nationaliteit. Eiser had in Nederland vanaf 1 februari 2022 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als beperking ‘studie’.
2.2.
Op 24 oktober 2023 en op 6 mei 2024 heeft verweerder eiser een brief gestuurd met het voornemen om de verblijfsvergunning van eiser in te trekken. Eiser heeft op
3 november 2023 en op 19 mei 2024 gereageerd met een zienswijze.
2.3.
Met het primaire besluit van 14 juni 2024 heeft verweerder de verblijfsvergunning van eiser ingetrokken vanaf 30 maart 2023. Verweerder heeft tevens een terugkeerbesluit opgelegd en eiser in het SIS gesignaleerd.
2.4.
Met het bestreden besluit van 19 november 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Verweerder heeft zich onverminderd op het standpunt gesteld dat het terugkeerbesluit terecht is opgelegd en dat eiser terecht in het SIS is gesignaleerd.
2.5.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.6.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 12 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Opheffing van de SIS-signalering
3. De intrekking van de verblijfsvergunning van eiser door verweerder is tussen partijen niet in geschil.
4.1
Eiser verzoekt om opheffing van de SIS-signalering. Volgens eiser is de signalering in strijd met het feit dat hij rechtmatig verblijf heeft in Portugal.
4.2.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit artikel 6, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn [1] , in samenhang met artikel 62a, eerste lid, onder b van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) volgt dat verweerder geen terugkeerbesluit kan nemen als de vreemdeling in het bezit is van een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf. Eiser heeft echter niet aangetoond dat hij rechtmatig verblijf heeft in Portugal. In beroep heeft eiser wel gesteld dat hij in bezwaar heeft aangetoond dat hij rechtmatig verblijf heeft in Portugal, maar op de zitting heeft eiser toegelicht dat hij dat per abuis heeft gezegd, dat het verzoek om een verblijfsvergunning in Portugal is afgewezen en dat er nog een procedure in Portugal loopt. Nu niet gebleken is dat eiser rechtmatig verblijf heeft in Portugal, heeft verweerder terecht het terugkeerbesluit genomen.
4.3.
Op grond van artikel 2, eerste lid, van de SIS-Verordening is verweerder verplicht om bij het nemen van een terugkeerbesluit de vreemdeling inzake zijn terugkeer in het SIS te signaleren. [2] [3] Verweerder is dan ook op goede gronden hiertoe overgegaan.
4.4.
De rechtbank overweegt verder dat, als Portugal aan eiser een verblijfsvergunning wil verlenen, een SIS-signalering daar niet aan in de weg hoeft te staan. Portugal kan namelijk een raadplegingsprocedure starten, zoals genoemd in artikel A2/12.10 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). Met deze procedure kan het terugkeerbesluit en daarmee de SIS-signalering ambtshalve worden opgeheven. Als eiser klachten heeft over het mogelijk uitblijven van deze raadplegingsprocedure, kan eiser deze klachten kenbaar maken aan de Portugese autoriteiten.
Gelijkheidsbeginsel
5.1.
Eiser doet een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Als verweerder iets langer had gewacht met de signalering in het SIS, had eiser gewoon een verblijfsvergunning kunnen krijgen in Portugal. Andere mensen die niet of later in het SIS zijn geplaatst, krijgen wel een verblijfsvergunning in Portugal, aldus eiser.
5.2.
De rechtbank stelt vast dat eiser ook deze grond pas voor het eerst op de zitting heeft aangevoerd. Eiser heeft zijn beroep op het gelijkheidsbeginsel ook verder niet met stukken onderbouwd. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
Schending hoorplicht
6.1.
Eiser voert aan dat hij in bezwaar ten onrechte niet is gehoord. Volgens eiser had het feit dat hij in bezwaar stukken heeft overgelegd voor verweerder aanleiding moeten zijn om hem te horen.
6.2.
De rechtbank stelt vast dat eiser ook deze grond pas voor het eerst op de zitting heeft aangevoerd. Ondanks dat is verweerder in het verweerschrift wel ingegaan op de reden van het niet horen van eiser. De rechtbank zal daarom ook ingaan op deze grond.
6.3.
Uit vaste rechtspraak volgt dat horen een essentieel onderdeel is van de bezwaarprocedure en dat de vreemdeling in beginsel wordt gehoord. [4] Verweerder mag alleen afzien van horen als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de gronden van bezwaar niet tot een ander besluit kunnen leiden. [5]
6.4.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft afgezien van het horen. Uit de stukken die eiser met zijn bezwaar heeft overgelegd, blijkt namelijk niet dat hij rechtmatig verblijf heeft in Portugal. Verweerder heeft daarom terecht gesteld dat de stukken geen reden waren voor twijfel dat het bezwaar niet tot een ander besluit zou kunnen leiden.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder terecht het terugkeerbesluit heeft opgelegd en eiser terecht in het SIS heeft gesignaleerd. Omdat het beroep ongegrond is, bestaat er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep in de zaak NL24.50459 ongegrond;
  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak NL24.50464 af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Boonstra, rechter, in aanwezigheid van
mr.I.G.A. Karregat, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008.
2.Verordening (EU) nr. 2018/1860 van 28 november 2018.
3.Zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 14 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1075.
4.Zie de uitspraak van de Afdeling van 17 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2564.
5.Zie uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1918.