ECLI:NL:RBDHA:2026:5118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij aanvraag verblijfsvergunning asiel Syrië
Eiseres uit Syrië heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 5 december 2024 en moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen. Vanwege het besluitmoratorium voor Syrië, dat gold van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 5 juni 2026 viel.
Eiseres stelde de minister op 15 december 2025 in gebreke, maar op dat moment was de verlengde beslistermijn nog niet verstreken. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend en dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf in aanwezigheid van griffier M.H.G.P. Tober. Partijen zijn niet uitgenodigd voor een zitting. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken een verzetschrift worden ingediend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.