ECLI:NL:RBDHA:2026:5128

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
C/09/695938 / KG ZA 25-1219
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 lid 2 UMVoArt. 2.20 lid 2 BVIEArt. 5 HnwArt. 5a HnwArt. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen wegens geen merkinbreuk, handelsnaaminbreuk of onrechtmatige daad door gebruik ADEX

ARDEX, houdster van diverse ARDEX-merken en handelsnaam, vordert in kort geding een verbod tegen ADEX wegens vermeende merkinbreuk, handelsnaaminbreuk en onrechtmatige daad. ARDEX stelt dat ADEX met het teken ADEX zonder toestemming gebruik maakt van haar merken en handelsnaam, waardoor verwarring en afbreuk aan haar rechten ontstaat.

ADEX voert verweer dat de ARDEX-merken niet bekend zijn, dat het gebruik van ADEX niet voor dezelfde of soortgelijke waren en diensten is, en dat de handelsnaam voldoende verschilt. De rechtbank oordeelt dat ARDEX onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar merken bekend zijn in de Europese Unie, waardoor geen sprake is van merkinbreuk sub c. Ook is niet aannemelijk dat ADEX het teken gebruikt voor dezelfde of soortgelijke waren en diensten, zodat merkinbreuk sub b niet is bewezen.

Verder is de aard van de ondernemingen verschillend, waardoor geen verwarring bij het publiek te duchten is en geen handelsnaaminbreuk of onrechtmatige daad is vastgesteld. De vorderingen worden daarom afgewezen en ARDEX wordt veroordeeld in de proceskosten van ADEX, met een redelijke vergoeding van €18.924,-.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van ARDEX af wegens onvoldoende bewijs van merkinbreuk, handelsnaaminbreuk en onrechtmatige daad en veroordeelt ARDEX in de proceskosten.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/695938 / KG ZA 25-1219
Vonnis in kort geding van 12 maart 2026
in de zaak van
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
ARDEX GMBHte Witten, Duitsland,
2.
ARDEX NEDERLAND B.V.te Delft,
eiseressen,
hierna afzonderlijk ARDEX Duitsland respectievelijk ARDEX Nederland en gezamenlijk: ARDEX,
advocaat: mr. S.M. Kaak,
tegen

1.ADEX PROJECTEN B.V.,

hierna: Adex Projecten,
2.
ADEX DIENSTEN B.V.,
hierna: Adex Diensten,
3.
ADEX GRONDSTOFFEN B.V.,
hierna: Adex Grondstoffen,
4.
ADEX MILIEU B.V.,
hierna: Adex Milieu,
5.
ADEX MATERIEEL B.V.,
hierna: Adex Materieel,
6.
AANNEMINGEN BEHEER B.V.,
hierna: Aannemingen Beheer,
alle te Harderwijk,
gedaagden,
hierna gezamenlijk te noemen: ADEX,
advocaten: mrs. L. Bakers en M.E. Kalf.

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 19 december 2025;
- de akte overlegging producties EP01 t/m EP17 van ARDEX van 6 februari 2026;
- de conclusie van antwoord van 12 februari 2026 met producties GP01 t/m GP11;
- de akte overlegging producties EP18 t/m EP21 van ARDEX van 17 februari 2026;
- de akte overlegging producties GP12 t/m GP16 van ADEX van 17 februari 2026;
- de op 18 februari 2026 overgelegde productie EP22 van ARDEX;
- de op 19 februari 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd.

2.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
ARDEX en de ARDEX-merken
2.1.
Eiseressen zijn onderdeel van de ARDEX-groep, een groep wereldwijd opererende ondernemingen die actief zijn in het ontwikkelen, vervaardigen en op de markt brengen van speciale bouwchemische producten en gereedschappen voor de bouwsector. ARDEX Duitsland is in 1949 opgericht en vormt de hoofdvestiging van de ARDEX groep. ARDEX Nederland is de Nederlandse vestiging, opgericht op 7 december 2007, en distribueert en verkoopt producten en diensten van ARDEX Duitsland in Nederland via verschillende fysieke en online verkooppunten. Alle ondernemingen binnen de ARDEX-groep voeren de handelsnaam ARDEX. ARDEX Duitsland is houdster van onder meer de domeinnamen [domeinnaam 1], [domeinnaam 2] en [domeinnaam 3].
2.2.
ARDEX Duitsland is houdster van de volgende merkregistraties (hierna: de ARDEX-merken):
  • het op 2 september 1995 onder nummer 644382 voor waren en diensten in klassen 19 en 42 ingeschreven internationale woordmerk met aanwijzing van onder meer de Benelux: ‘ARDEX’;
  • het op 25 juni 1996 onder nummer 000297796 voor waren en diensten in klassen 19 en 42 ingeschreven Uniewoordmerk: ‘ARDEX’;
  • het op 24 april 1998 onder nummer 000808410 voor waren in klassen 1, 2, 17 en 19 ingeschreven Uniebeeldmerk:
  • het op 3 november 2003 onder nummer 0003516143 voor waren in klassen 1, 2 en 17 ingeschreven Uniewoordmerk: ‘ARDEX’;
  • het op 15 januari 2008 onder nummer 006623482 voor waren in klassen 9 en 18 ingeschreven Uniewoordmerk: ‘ARDEX’;
  • het op 27 januari 2012 onder nummer 010596443 voor diensten in klasse 41 ingeschreven Uniebeeldmerk:
- het op 3 november 2021 onder nummer 1643615 voor waren in klassen 7, 8, 9, 16 en 20 ingeschreven internationale woordmerk met aanwijzing van onder meer de Europese Unie: ‘ARDEX’;
- het op 27 februari 2024 onder nummer 1807095 voor waren in klassen 1, 17 en 19 ingeschreven internationale beeldmerk met aanwijzing van onder meer de Europese Unie:
De klassen waarvoor de ARDEX-merken zijn ingeschreven, zien – verkort weergegeven – op de volgende waren en diensten:
1: chemische producten voor industriële doeleinden, cement, mortel en lijm voor de bouwsector.
2: verf(materialen).
7: egalisatiemachines; roerwerken voor het mengen van vloeibare, viscose en poedervormige media; mortelpompen; snijschijven voor elektrisch handgereedschap; messen en bladen voor elektrisch gereedschap; stofzuigers voor gebruik bij de verwerking van bouwchemische producten.
8: handgereedschappen.
9: nivelleerweegschalen, (bescherm)brillen, beschermende kledingstukken en –helmen.
16: (houders en stangen voor) verfrollers.
17: isolatiematerialen voor bouwdoeleinden.
18: tassen.
19: bouwmaterialen, niet van metaal; vulcement; zelfnivellerende mengsels die cement en toevoegingen bevatten, als bouwmaterialen, niet-metaal; kant-en-klare bouwstoffen voor verwerking, die fijndelige bindmiddelen in de vorm van cement en/of gips bevatten; cementdekvloer, mortel; mortelmengsels; cement met waterdichte of waterbestendige coatings; epoxyharsmortel.
20: verbindingskruizen.
41: opleiding op het gebied van techniek.
42: bouwadviezen met betrekking tot het gebruik van kant-en-klare bouwstoffen voor uiteenlopende doeleinden.
2.3.
ARDEX brengt onder de ARDEX-merken diverse speciale bouwchemische producten voor de afwerking van vloeren en muren op de markt, zoals de hieronder weergegeven vloer- en tegellijm, mortel, cement, kit, betonpleister, dekvloeren, egalisatie-, voeg-, vul- en afdichtingsmiddelen. ARDEX produceert ook handgereedschappen waarmee deze producten kunnen worden aangebracht, zoals lijmspanen en tegeltangen. Verder creëert ARDEX op elkaar afgestemde systemen voor de bouw. ARDEX levert haar producten aan de vakgroothandel en vakspecialisten zoals aannemers, tegelzetters en installateurs. ARDEX geeft ook adviezen aan partijen die haar producten gebruiken, zoals architecten, ontwerpers en verwerkers. Via de Ardex Academy geeft zij opleidingen aan de gebruikers van haar producten over het werken met ARDEX-producten en algemene bouw- en installatietechnieken.
ADEX en de ADEX-merken
2.4.
Gedaagden vormen samen de ADEX-groep, een Nederlandse onderneming die zich bezig houdt met het slopen, saneren en ontmantelen van gebouwen en het hergebruik van materialen die daarbij vrijkomen. Onder de ADEX-groep vallen de volgende entiteiten, die verschillende bedrijfsactiviteiten uitoefenen:
  • ADEX Projecten: sloop- en ontmantelingswerkzaamheden en industriële dienstverlening;
  • ADEX Grondstoffen: puinbreken (met een mobiele puinbreker het materiaal dat vrijkomt bij sloop breken tot een menggranulaat dat wordt toegepast als bijvoorbeeld fundering onder wegen) en het verkopen van dit menggranulaat en gebruikte materialen die vrijkomen bij sloopprojecten (zoals een noodgenerator, noodtrap of hout);
  • ADEX Milieu: saneringswerkzaamheden van asbest en chroom VI;
  • ADEX Materieel: intern beheer en beschikbaar stellen van materieel (met name grote sloopkranen) aan de andere ADEX-groep B.V.’s;
  • ADEX Diensten: financiële holding en enig aandeelhouder en bestuurder van ADEX Projecten, ADEX Grondstoffen, ADEX Milieu en ADEX Materieel;
  • Aannemingen Beheer: enig aandeelhouder en bestuurder van ADEX Diensten.
2.5.
De ADEX-groep is in oktober 2022 ontstaan als een verzelfstandigd onderdeel van Bnext.nl Projecten. Sinds 17 maart 2023 voert zij de handelsnaam ADEX voor haar groep en voor de afzonderlijke bedrijfsentiteiten (met een toevoeging zoals Diensten of Grondstoffen). ADEX exploiteert een website onder de domeinnamen [domeinnaam 4] en [domeinnaam 5].
2.6.
ADEX Diensten B.V. is houdster van de volgende merkregistraties (hierna: de ADEX-merken):
- het op 16 maart 2023 onder nummer 1480634 ingeschreven Benelux-beeldmerk:
- het op 24 maart 2023 onder nummer 1480633 ingeschreven Benelux-woordmerk: ‘ADEX’.
De ADEX-merken zijn ingeschreven voor waren en diensten in klassen 6, 7, 12, 19, 35, 37, 39, 40 en 42, die – verkort weergegeven – zien op de volgende waren en diensten:
6: afvalcontainers van metaal.
7: machines voor sloop en afvalverwerking; motoren (uitgezonderd motoren voor voertuigen); werktuigmachines; koppelingen en transmissie-organen (behalve voor voertuigen).
12: voertuigen en bijbehorende onderdelen.
19: bouwmaterialen, niet van metaal; onbuigzame buizen, niet van metaal, voor de bouw; asfalt, pek en bitumen; verplaatsbare constructies, niet van metaal.
35: reclame en administratie gericht op sloopdiensten en afvalverwerking.
37: utiliteitsbouw; grond- weg- en waterbouw; sloop- en demontagediensten.
39: transport, opslag, inzamelen, storten en opslaan van bouw- en afvalstoffen.
40: afvalverwerking en recycling van bouw- en afvalstoffen.
42: diensten van ingenieurs, onder andere op het gebied van industriële bouw, milieuvraagstukken en de oplossing daarvan, bodemonderzoek, bodemsanering, vervoer, infrastructuur en verkeersproblematiek; advisering op het gebied van de ruimtelijke ordening voor buitenruimten; ingenieursdiensten in het kader van het houden van toezicht en het leveren van technische assistentie bij de uitvoering van waterhuishoudkundige projecten; geotechnologisch onderzoek; advisering over normeringen in het kader van het verkrijgen van milieuvergunningen; opstellen van milieueffectenrapportages in het kader van geotechnologisch onderzoek; studies inzake bouw en sloop, afval, afvalverwerking en recycling; research en studie naar hergebruik en verwerking van afvalstoffen, hergebruik en met recycling van afvalstoffen, alsmede met energieopwekking en met de vervaardiging van brandstoffen uit afvalstoffen; advisering op het gebied van milieubescherming; kwaliteitscontrole; (technische) adviezen en expertises met betrekking tot voornoemde diensten.
2.7.
ARDEX Duitsland heeft op 5 augustus 2025 bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) een vordering tot nietigverklaring van de ADEX-merken ingesteld op de grond dat deze gelijk zijn aan of overeenstemmen met de ARDEX-merken. De procedure is tot februari 2026 aangehouden om in onderling overleg een schikking te bereiken, maar nadat dit niet is gelukt is de procedure hervat.
2.8.
Hieronder is ter illustratie een aantal afbeeldingen weergegeven van de wijze waarop ADEX de ADEX-merken gebruikt voor haar werkzaamheden op het gebied van sloop, sanering, ontmanteling en het hergebruik van materialen:
Sommatie
2.9.
Per brief van 5 augustus 2025 heeft ARDEX Duitsland ADEX Diensten erop gewezen dat het gebruik van het teken ADEX als merk, handelsnaam en domeinnaam inbreuk maakt op haar ARDEX-merken en heeft zij verzocht de ADEX-merken door te halen, het gebruik van het teken ADEX te staken, de handelsnaam te wijzigen en het gebruik van de domeinnaam [domeinnaam 4] te staken.
2.10.
Per brief van 14 augustus 2025 heeft ADEX Diensten de inbreuk betwist en bericht dat zij niet aan de verzoeken zal voldoen.
2.11.
ADEX Diensten en ADEX Grondstoffen hebben op 12 februari 2026 een eenzijdige onthoudingsverklaring afgegeven, onder meer inhoudende dat de registratie van de ADEX-merken voor waren in de klassen 6, 7, 12, en 19 wordt doorgehaald en ADEX Grondstoffen haar handelsnaam wijzigt en geen producten meer zal verkopen onder het teken ADEX, één en ander met een boetebepaling van € 2.500,- per overtreding.
2.12.
Partijen hebben geen overeenstemming bereikt.

3.Het geschil

3.1.
ARDEX vordert – zakelijk weergegeven – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, ADEX veroordeelt tot:
I. een inbreukverbod op de ARDEX-merken in de Europese Unie;
II. een inbreukverbod op de handelsnaamrechten van ARDEX, meer in het bijzonder een verbod op het gebruik van ‘ADEX’, al dan niet in combinatie met andere tekens, als handelsnaam of domeinnaam;
III. een verbod op onrechtmatig handelen jegens ARDEX, waaronder een verbod op het gebruik van het teken ADEX of een daarmee overeenstemmend teken;
IV. betaling van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag(deel) of € 10.000,- per keer dat ADEX het onder I. t/m III. bepaalde overtreedt, met een maximum van € 100.000,-;
V. met bepaling van de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv [1] op zes maanden na dit vonnis;
VI. met hoofdelijke veroordeling van ADEX in de volledige proceskosten in de zin van artikel 1019h Rv.
3.2.
ARDEX legt daaraan – samengevat – het volgende ten grondslag.
Primair maakt ADEX inbreuk op de ARDEX-merken in de zin van artikel 9 lid 2 sub c UMVo Pro [2] , door in het economisch verkeer het teken ADEX te gebruiken, dat overeenstemt met de ARDEX-merken die bekend zijn in de Europese Unie, waardoor ADEX zonder geldige reden ongerechtvaardigd voordeel haalt uit of afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van de merken.
Subsidiair maakt ADEX inbreuk op de ARDEX-merken in de zin van artikel 9 lid 2 sub b UMVo Pro, door het teken ADEX, dat overeenstemt met de merken, te gebruiken voor waren en diensten die gelijk zijn aan of overeenstemmen met de waren en diensten waarvoor de merken zijn ingeschreven, waardoor verwarring bij het publiek kan ontstaan.
Daarnaast (tevens primair) maakt ADEX inbreuk op het handelsnaamrecht van ARDEX in de zin van artikel 5 Hnw Pro [3] , door haar onderneming onder de handelsnaam ADEX te voeren, terwijl die naam slechts in geringe mate afwijkt van de handelsnaam ARDEX, die door ARDEX eerder werd gevoerd, waardoor, gelet op de gelijke aard en het handelsgebied van beide ondernemingen, bij het publiek verwarring te duchten is.
Ook maakt ADEX inbreuk op het handelsnaamrecht van ARDEX in de zin van artikel 5a Hnw, door een handelsnaam te voeren die slechts in geringe mate afwijkt van de ARDEX-merken, waardoor verwarring omtrent de herkomst van de waren is te duchten.
Subsidiair handelt ADEX onrechtmatig jegens ARDEX in de zin van artikel 6:162 BW Pro [4] , door het teken/merk/handelsnaam ADEX te gebruiken voor soortgelijke waren en diensten als ARDEX en daarmee bewust aan te haken bij de bekendheid van de ARDEX-merken, met het enkele doel daarvan op onrechtmatige wijze te profiteren. Door het handelen van ADEX ontstaat afbreuk aan het onderscheidend vermogen van de merken en de handelsnaam van ARDEX en gevaar voor verwatering en verwarring in de markt, waardoor ARDEX schade lijdt.
3.3.
ADEX voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van ARDEX in de volledige proceskosten in de zin van artikel 1019h Rv, vermeerderd met de nakosten en wettelijke rente.
3.4.
ADEX legt daaraan – samengevat – het volgende ten grondslag.
ADEX betwist dat sprake is van merkinbreuk sub c, nu niet is gebleken dat de ARDEX-merken bekend zijn, noch dat ADEX ongerechtvaardigd voordeel trekt uit of afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van de merken.
Verder betwist ADEX dat sprake is van merkinbreuk sub b, omdat ADEX het teken ADEX gebruikt voor andere waren en/of diensten dan waarvoor de ARDEX-merken zijn ingeschreven. ARDEX produceert en levert onder haar merken vooral waren zoals mortels, afdichtingsmiddelen, lijmen en egalisatiemiddelen aan vaklieden die deze materialen toepassen in hun eigen werkzaamheden. ADEX Projecten, ADEX Milieu en ADEX Materieel verkopen geen waren en leveren alleen diensten, namelijk het uitvoeren van omvangrijke sloop- en saneringsprojecten, welke diensten van geheel andere aard zijn dan de diensten waarvoor de ARDEX-merken zijn ingeschreven. De enige entiteit binnen de ADEX-groep die waren verhandelt, is ADEX Grondstoffen, die menggranulaat en van de sloop afkomstige materialen verkoopt, maar deze waren zijn van geheel andere aard, herkomst en functie dan de waren waarvoor de ARDEX-merken zijn ingeschreven. Het enkele gebruik van het teken binnen dezelfde sector (de bouwsector) is onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van overeenstemmende waren of diensten. Door het gebruik van het teken zal bij het relevante publiek geen verwarring ontstaan, te meer nu het merk en teken voldoende van elkaar verschillen en beide ondernemingen zich richten op een verschillend publiek met een verhoogd aandachtsniveau.
ADEX betwist verder dat zij met het gebruik van haar handelsnaam inbreuk maakt op de handelsnaamrechten van ARDEX, omdat de naam ADEX voldoende afwijkt van ARDEX en de aard van beide ondernemingen zodanig van elkaar verschilt dat geen verwarring bij het publiek te duchten is.
Gelet op het voorgaande betwist ADEX ook dat zij onrechtmatig handelt jegens ARDEX, waarbij zij bovendien stelt dat zij te goeder trouw heeft gehandeld door voorafgaand aan haar naamswijziging advies in te winnen bij een extern en onafhankelijk merkenbureau.
3.5.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling van het geschil

Bevoegdheid
4.1.
Voor zover de vorderingen zijn gegrond op de Uniemerken van ARDEX, is de voorzieningenrechter internationaal en relatief bevoegd daarvan kennis te nemen op grond van de artikelen 123 lid 1, 124 onder a en 125 lid 1 UMVo en artikel 3 van Pro de Uitvoeringswet EG-verordening inzake het Gemeenschapsmerk, aangezien ADEX in Nederland is gevestigd. Deze bevoegdheid strekt zich op grond van artikel 126 lid 1 UMVo Pro uit tot de gehele Europese Unie.
4.2.
Voor zover de vorderingen zijn gegrond op het Beneluxmerk van ARDEX, is de voorzieningenrechter internationaal en relatief bevoegd daarvan kennis te nemen op grond van de artikel 4.6 BVIE [5] , aangezien ADEX in Nederland is gevestigd. Deze bevoegdheid strekt zich uit tot de gehele Benelux.
4.3.
Voor zover de vorderingen zijn gegrond op het handelsnaamrecht en onrechtmatige daad, is de voorzieningenrechter internationaal bevoegd daarvan kennis te nemen op grond van artikel 4 lid 1 Brussel Pro I bis-Vo [6] , aangezien ADEX is gevestigd in Nederland. De relatieve bevoegdheid volgt uit artikel 99 Rv Pro.
Spoedeisend belang
4.4.
De vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorzieningen dient te worden beantwoord aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat het spoedeisend belang in beginsel is gegeven zolang de gestelde inbreuk of het gestelde onrechtmatig handelen voortduurt. Indien daartegen echter onvoldoende voortvarend is opgetreden, kan dit een aanwijzing zijn dat het belang van de eisende partij kennelijk geen voorlopige maatregel vergt. Een en ander hangt af van de omstandigheden van het geval.
4.5.
In dit geval heeft ARDEX in het voorjaar van 2025 geconstateerd dat ADEX haar naam heeft gewijzigd van Bnext.nl naar ADEX. Op 5 augustus 2025 heeft ARDEX ADEX een sommatiebrief gestuurd en is zij een procedure bij het BBIE gestart om de ADEX-merken door te laten halen. Partijen hebben vervolgens geprobeerd om hun geschil in onderling overleg op te lossen. Dit was ook de reden waarom de doorhalingsprocedure op gezamenlijk verzoek enige tijd is aangehouden. Toen bleek dat partijen niet tot een schikking konden komen, heeft ARDEX ADEX op 19 december 2025 gedagvaard in onderhavig kort geding. Het gestelde inbreukmakende en onrechtmatige handelen heeft al die tijd voortgeduurd. In dit licht is de voorzieningenrechter van oordeel dat ARDEX voldoende voortvarend heeft opgetreden en dat zij spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. De omstandigheid dat ADEX een eenzijdige onthoudingsverklaring heeft afgegeven doet hieraan niet aan, aangezien deze niet (volledig) tegemoet komt aan hetgeen ARDEX vordert.
Merkinbreuk
Sub c
4.6.
Van inbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 aanhef Pro sub c UMVo (en artikel 2.20 lid 2 sub c BVIE) is sprake als het betrokken teken gelijk is aan of overeenstemt met het merk, ongeacht of dit teken wordt gebruikt voor waren of diensten die gelijk zijn aan of overeenstemmen met die waarvoor het merk is ingeschreven, wanneer het een in de Unie (dan wel de Benelux) bekend merk betreft en wanneer door het gebruik van het teken zonder geldige reden ongerechtvaardigd voordeel wordt gehaald uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk.
4.7.
Volgens vaste jurisprudentie is sprake van een bekend merk in de zin van voornoemde artikelen als het merk een zekere mate van bekendheid geniet bij een aanmerkelijk deel van het publiek waarvoor de onder het merk aangeboden waren of diensten bestemd zijn. Bij de beoordeling of aan deze voorwaarde is voldaan, moet rekening worden gehouden met alle relevante feiten van de zaak, in het bijzonder het marktaandeel van het merk, de intensiteit, de geografische reikwijdte en de duur van het gebruik ervan, en de omvang van de investering die de onderneming heeft gedaan in de promotie ervan. Voldoende is dat het merk bekend is bij een aanmerkelijk deel van het desbetreffende publiek in een aanzienlijk deel van het grondgebied, hetgeen in voorkomend geval een gedeelte van één van de Benelux-landen kan zijn. [7]
4.8.
ARDEX stelt dat de ARDEX-merken bekend zijn bij een aanzienlijk deel van de specifieke beroepsgroep in de Europese Unie/Benelux. Zij heeft daartoe aangevoerd dat ARDEX sinds 1949 in Europa en sinds 1980 in de Benelux investeert in haar waren en diensten onder de ARDEX-merken en daardoor is uitgegroeid tot een wereldmarktleider in hoogwaardige bouwmaterialen en gereedschappen voor de bouw- en renovatiesector. Ter onderbouwing hiervan heeft zij een verklaring van de CFO en managing director van de ARDEX-groep overgelegd waaruit volgt dat ARDEX haar marktaandeel in Europa op ongeveer 5% schat, gebaseerd op gerapporteerde uitgaven voor nieuwbouw en renovatie en een verondersteld aandeel voor speciale bouwchemische producten. ARDEX heeft verder diverse stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij haar merken intensief promoot en daarmee adverteert. In Europa bedraagt het jaarlijkse budget voor promotie € 17 miljoen en in de Benelux ongeveer € 330.00,- per jaar. ARDEX heeft een promotiefilm overgelegd en voorbeelden van reclame-uitingen, promotiemateriaal, advertenties, artikelen, uitingen op haar websites en sociale mediakanalen en beurzen waar zij aan heeft deelgenomen ter promotie van haar producten en diensten.
4.9.
De voorzieningenrechter stelt vast dat uit de overgelegde stukken voornamelijk blijkt dat en welke investeringen ARDEX heeft gedaan ter promotie van haar ARDEX-merken. Daaruit volgt echter niet dat die promotie een dusdanig effect heeft gehad dat de merken bekend zijn geworden bij een aanmerkelijk deel van het publiek waarvoor haar producten en diensten bestemd zijn. Daardoor is naar voorshands oordeel van de voorzieningenrechter, tegenover de betwisting door ADEX, niet aannemelijk geworden dat de ARDEX-merken bekend zijn in de zin van artikel 9 lid 2 sub c UMVo Pro. Daarbij komt dat – voor zover een marktaandeel van 5% is aan te merken als een aanmerkelijk deel van het publiek in een aanzienlijk deel van de Europese Unie – niet met stukken is gestaafd hoe die schatting van 5% (door ARDEX zelf) tot stand is gekomen.
4.10.
Gelet hierop is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat geen sprake is van inbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 sub c UMVo Pro.
Sub b
4.11.
Van inbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 aanhef Pro sub b UMVo (en artikel 2.20 lid 2 sub b BVIE) is sprake als het betrokken teken gelijk is aan of overeenstemt met het merk en wordt gebruikt met betrekking tot waren of diensten die gelijk zijn aan of overeenstemmen met de waren of diensten waarvoor het merk is ingeschreven, indien daardoor bij het in aanmerking komende publiek van de desbetreffende waren of diensten (directe of indirecte) verwarring kan ontstaan. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van verwarringsgevaar moet in aanmerking worden genomen dat dit globaal dient te worden beoordeeld volgens de indruk die merk en teken bij de gemiddelde consument van de betrokken waren of diensten achterlaten, met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het concrete geval, met name (de onderlinge samenhang tussen) de overeenstemming van het merk en het teken en de soortgelijkheid van de betrokken waren of diensten. De globale beoordeling van het verwarringsgevaar dient, wat de visuele, de auditieve en de begripsmatige vergelijking tussen het merk en teken betreft, te berusten op de totaalindruk die het merk en het teken wekken bij het relevante publiek, dat bestaat uit de normaal geïnformeerde en redelijk oplettende en omzichtige gemiddelde consument van de betrokken waren of diensten, waarbij in het bijzonder rekening dient te worden gehouden met hun onderscheidende en dominerende bestanddelen. Verder dient rekening te worden gehouden met het onderscheidend vermogen van het merk. Er moet sprake zijn van reëel verwarringsgevaar bij de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument van de betrokken waren of diensten. Een zekere mate van overeenstemming en een zekere mate van (soort)gelijkheid zijn daarbij cumulatieve voorwaarden. [8]
4.12.
De voorzieningenrechter overweegt dat - nog afgezien van de beoordeling in hoeverre het teken ADEX gelijk is aan of overeenstemt met de ARDEX-merken - een beroep op merkinbreuk ‘sub b’ naar voorshands oordeel al niet slaagt, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat ADEX het teken gebruikt voor dezelfde dan wel soortgelijke waren en diensten als waarvoor de ARDEX-merken zijn ingeschreven. ARDEX heeft een beroep gedaan op overeenstemmend gebruik voor waren in:
  • klasse 7 (egalisatiemachines; roerwerken; mortelpompen; snijschijven. messen en bladen voor elektrisch handgereedschap; stofzuigers voor gebruik bij de verwerking van bouwchemische producten),
  • klasse 19 (kant-en-klare bouwstoffen voor verwerking, die fijndelige bindmiddelen in de vorm van cement en/of gips bevatten)
en diensten in:
- klasse 42 (bouwadviezen met betrekking tot het gebruik van kant-en-klare bouwstoffen voor uiteenlopende doeleinden).
4.13.
Gebleken is echter dat ADEX het teken niet voor deze of soortgelijke waren en diensten gebruikt. ADEX houdt zich voornamelijk bezig met het uitvoeren van sloop- en saneringsprojecten, welke diensten niet zijn aan te merken als de bouwadviezen in klasse 42 waarvoor de ARDEX-merken zijn ingeschreven. De enige producten die ADEX levert, zijn het menggranulaat uit de puinbreker en de gebruikte materialen die vrijkomen bij sloopprojecten, die ADEX Grondstoffen eventueel bewerkt / opknapt en verkoopt om te worden hergebruikt. Deze producten zijn niet hetzelfde als of soortgelijk aan de machines/gereedschappen in klasse 7 of de kant-en-klare bouwstoffen in klasse 19 waarvoor de ARDEX-merken zijn ingeschreven. Dat beide partijen werkzaam zijn in de bouwsector – een sector waarin steeds meer aandacht is voor circulair bouwen, waarbij materialen die vrijkomen bij de sloop worden hergebruikt bij de bouw/renovatie – maakt dit niet anders. Bij het in aanmerking te nemen publiek - ook als wordt uitgegaan van professionele partijen binnen de bouwsector die zich richten op zowel sloop als nieuwbouw - bestaat geen gevaar voor verwarring, omdat ADEX een sloopbedrijf is dat zich met geheel andere activiteiten bezighoudt dan het verkopen van speciale bouwchemische producten zoals vloer- en tegellijm, mortel, cement en kit, die vooral in de afwerking worden gebruikt.
4.14.
Gelet hierop is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat ook geen sprake is van inbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 sub b UMVo Pro.
Handelsnaaminbreuk
4.15.
Op grond van artikel 5 Hnw Pro is het verboden een handelsnaam te voeren die, voordat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig werd gevoerd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, indien dientengevolge, gelet op de aard en plaats van beide ondernemingen, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is. Wanneer de ingeroepen oudere handelsnaam (in meer of mindere mate) beschrijvend is of onderscheidend vermogen mist, geldt het volgende. Bij de beoordeling van de vraag of en, zo ja, in hoeverre, bij het relevante publiek (directe of indirecte) verwarring te duchten is, dient het algemene belang betrokken te worden. Dat ziet op het belang dat aanduidingen die beschrijvend zijn voor de aard van een onderneming of van de door haar geleverde waren of diensten, door een ieder vrij moeten kunnen worden gebruikt. Bij die beoordeling moeten alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen, waaronder de mate van – intrinsiek aan de naam verbonden of door bekendheid bij het publiek verworven – onderscheidend vermogen van de oudere handelsnaam. [9]
4.16.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de merkinbreuk, is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat ADEX met haar handelsnaam (ook) geen inbreuk maakt op de oudere handelsnaam van ARDEX. Hoewel de handelsnamen ADEX en ARDEX wellicht op elkaar lijken, is bij het publiek geen verwarring tussen de ondernemingen te duchten omdat de aard van beide ondernemingen geheel anders is. ARDEX voert onder haar handelsnaam een onderneming die producten voor de afwerking van vloeren en muren verkoopt aan vakspecialisten die deze materialen toepassen in hun eigen werkzaamheden. ADEX voert daarentegen omvangrijke sloop- en saneringsprojecten uit voor grote partijen en verkoopt het herbruikbare materiaal dat hierbij vrij komt. Gelet hierop is geen sprake van inbreuk in de zin van artikel 5 Hnw Pro.
4.17.
Ook is naar voorshands oordeel geen sprake van inbreuk in de zin van 5a Hnw. Nog afgezien van de vraag of de handelsnaam ADEX slechts in geringe mate afwijkt van de ARDEX-merken, is door het gebruik van die handelsnaam geen verwarring bij het publiek te duchten omtrent de herkomst van de waren. Doordat beide onderneming feitelijk iets heel anders doen, zal het in aanmerking te nemen publiek de sloopdiensten van ARDEX niet verwarren met de bouwchemische producten die onder de ARDEX-merken worden verkocht.
Onrechtmatige daad
4.18.
ARDEX heeft aan haar vorderingen op grond van onrechtmatig handelen ten grondslag gelegd dat ADEX op onrechtmatige wijze profiteert van de ARDEX-merken door het soortgelijke teken ADEX als merk- en handelsnaam te gebruiken voor het aanbieden van soortgelijke waren en diensten als ARDEX. Nu deze grondslag in feite neerkomt op merk- en handelsnaaminbreuk, waarvan de voorzieningenrechter hiervoor al heeft geoordeeld dat daarvan in dit geval geen sprake is, is ook geen sprake van onrechtmatig handelen. Niet kan worden gezegd dat ADEX met de keuze voor haar naam bewust heeft aangehaakt bij de bekendheid van de ARDEX-merken, nu – zoals hiervoor is overwogen – niet aannemelijk is geworden dat ARDEX een bekend merk is. Ook doet het handelen van ADEX geen afbreuk aan het onderscheidend vermogen van het merk/de handelsnaam ARDEX, omdat ADEX - zoals hiervoor eveneens is overwogen - onder haar naam geheel andere activiteiten verricht dan ARDEX, waardoor geen gevaar bestaat dat het relevante publiek de waren en diensten met elkaar zal verwarren.
Slotsom en proceskosten
4.19.
Nu naar voorshands oordeel geen sprake is van merk- of handelsnaaminbreuk of onrechtmatig handelen, zal de voorzieningenrechter de vorderingen van ARDEX afwijzen.
4.20.
ARDEX zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van ADEX. ADEX maakt aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv en heeft specificaties van haar advocaatkosten (exclusief BTW) van in totaal € 28.175,30 overgelegd.
4.21.
De onderhavige zaak is een zaak ter handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv Pro. ARDEX heeft gesteld dat 90% van de door partijen gemaakte proceskosten ziet op het IE-deel en 10% op het niet-IE-deel. De rechtbank ziet geen aanleiding om deze percentages aan te houden. Gelet op de onderbouwing van de vorderingen die zijn gegrond op onrechtmatig handelen, die geheel samenhangt met de vorderingen gegrond op IE-inbreuk, worden alle gemaakte proceskosten geacht te zijn gemaakt ter handhaving van IE-rechten.
4.22.
Teneinde de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten te kunnen beoordelen, wordt aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie februari 2026). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Onderhavige zaak valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter onder de categorie ‘normaal kort geding’ met een maximumtarief van € 18.000,-. Dit bedrag zal worden toegewezen; het meer gevorderde wordt afgewezen. Dit bedrag wordt verhoogd met € 735,- aan griffierecht en € 189,- aan nakosten (plus de verhoging van de nakosten in geval van betekening zoals vermeld in de beslissing), waarmee het totaalbedrag uitkomt op € 18.924,-.
4.23.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
wijst de vorderingen van ARDEX af;
5.2.
veroordeelt ARDEX in de proceskosten van ADEX, begroot op € 18.924,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als ARDEX niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet ARDEX € 98,- extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.3.
veroordeelt ARDEX in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.4.
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.D. Overbeek, rechter, bijgestaan door mr. J.M.N. van Limpt-Schrover, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.

Voetnoten

1.Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
2.Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk
3.Handelsnaamwet
4.Burgerlijk Wetboek
5.Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen)
6.​Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken
7.HvJ 14 september 1999, C-375/97 (Chevy)
8.HvJ 4 maart 2020, C 328/18 P, ECLI:EU:C:2020:156 (EUIPO / Equivalenza Manufactory)
9.Hoge Raad 19 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:269 (Doc Dairy partners / Dairy partners)