ECLI:NL:RBDHA:2026:5132
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging en binnenlands beschermingsalternatief
Eiseres, een Colombiaanse vrouw die vanwege problemen met haar ex-man naar Nederland is gekomen, heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. De rechtbank heeft het beroep van eiseres behandeld en geoordeeld dat de minister de vrees voor problemen met haar ex-man terecht onvoldoende zwaarwegend heeft geacht. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Colombia een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op ernstige schade.
De rechtbank overweegt dat het geweld van de ex-man niet valt onder een beschermde grond in het Vluchtelingenverdrag en dat vrouwen in Colombia niet zonder meer als een sociale groep worden aangemerkt. Daarnaast is het bestaan van een binnenlands vestigingsalternatief vastgesteld, waarbij eiseres zich elders in Colombia veilig zou kunnen vestigen. De minister heeft ook terecht geoordeeld dat eiseres niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van traumabeleid, omdat het geweld niet door de overheid of een niet-beschermde groepering is gepleegd.
De rechtbank concludeert dat de minister de aanvraag terecht heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter W. Loof en griffier N. Habibi op 10 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag.