ECLI:NL:RBDHA:2026:5140

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
C/09/677050 / FA RK 24-8851
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377a BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging omgangsregeling naar begeleide omgang door professionele instantie

De rechtbank Den Haag behandelde op 13 januari 2026 het verzoek van de moeder tot wijziging van de omgangsregeling met haar minderjarige kind, waarbij de vader niet is verschenen. De moeder verzocht om de omgang te beperken tot eens per twee weken vier uur, begeleid door een professionele instantie, vanwege het niet nakomen van afspraken door de vader en zorgen over de veiligheid van het kind.

De rechtbank constateerde dat sinds 2024 de omgangsregeling niet meer werd nageleefd en dat de vader zich niet hield aan de afgesproken veiligheidsafspraken, zoals abstinentie van alcohol en drugs en respectvolle communicatie. De moeder kon de omgang daardoor niet meer begeleiden. De rechtbank vond het belangrijk dat het kind regelmatig contact heeft met de vader om een hechtingsrelatie op te bouwen, maar dit moet veilig en voorspelbaar zijn.

De rechtbank wees het verzoek toe en bepaalde dat de omgang voorlopig uitsluitend begeleid zal plaatsvinden via een professionele instantie zoals Humanitas. Dit moet het contact op een veilige en rustige manier herstellen en de vader de kans geven zijn betrokkenheid en betrouwbaarheid te tonen. De vader wordt aangespoord hulp te zoeken voor zijn persoonlijke problematiek en de omgang begeleid op te bouwen.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de omgangsregeling en bepaalt dat de omgang tussen vader en minderjarige uitsluitend begeleid via een professionele instantie zal plaatsvinden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-8851
Zaaknummer: C/09/677050
Datum beschikking: 10 februari 2026

Omgang

Beschikking op het op 11 december 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.A. van den Heuvel te Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- de brief van 8 april 2025, met bijlagen, namens de moeder.
Op 13 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn de moeder met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de raad) verschenen. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarige kind:
- [minderjarige 1] ([minderjarige 1]), geboren op [geboortedatum 1] 2020 te [geboorteplaats].
- De vader heeft [minderjarige 1] erkend.
- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] belast.
- [minderjarige 1] verblijft bij de moeder.
- De vader heeft nog een dochter [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018, uit een
eerdere relatie.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 26 april 2022 is het ouderschapsplan van
20 november 2020 met addendum van 28 december 2021 opgenomen in de
beschikking.
In het ouderschapsplan zijn de ouders –voor zover hier van belang– ten aanzien van de zorg- en contactregeling overeengekomen:
“3.1. Zorg- en contactregeling
Moeder bewaakt zorg tot contact en omgang met vader. Maar kan indien moeder noodzakelijk acht regeling (tijdelijk) onderbreken.
De ouders zijn de volgende zorg/contactregeling tussen vader en dochter
overeengekomen:
-Maandag vanaf 18.0 uur tot en met naar bed brengen (moeder verzorgt eten);
-Vrijdag vanaf 18.00 uur tot en met naar bed brengen (vader verzorgt eten.
Moeder kan als dat in een bepaald geval nodig is (evenals het niet houden van
gemaakte afspraken) van de overeengekomen zorgregeling afwijken en zal vader
hierover informeren.
3.2.
De ouders zijn gerechtigd naar eigen inzicht invulling te geven aan de omgang
met de kinderen. Wel zal daarbij respectvol worden omgegaan met de zorgregeling
zoals moeder die heeft ingesteld of zoals de ouders deze hebben afgesproken.
Vader zal tijdens contact moment en [minderjarige 1] niet zonder zijn toezicht bij derden
achterlaten, mits toestemming van moeder.
3.3.
Indien specifieke zwaarwegende omstandigheden dit vragen kan de
zorg/contactregeling in de toekomst worden aangepast.
3.4.
Onderhouden van contacten
Moeder zal contact waarborgen indien situatie van vader stabiel is.”

Verzoek en verweer

Het gewijzigde verzoek van de moeder strekt tot wijziging van de beschikking van deze rechtbank van 26 april 2022 met daarin opgenomen het door de ouders onderling getroffen ouderschapsplan van 20 november 2020 met addendum van 28 december 2021. De moeder verzoekt de omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige 1] te wijzigen naar een regeling waarbij eens per twee weken voor de duur van vier uren omgang is tussen [minderjarige 1] en haar vader. Deze omgang dient begeleid te worden door een professionele instantie (BOR Humanitas) en waarbij de voorwaarden voor uitbreiding van de omgang zoals genoemd in het ouderschapsplan van 20 november 2020 nog steeds van kracht zijn, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder doet haar verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden nadien zijn gewijzigd.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Ter onderbouwing van haar verzoek voert de moeder aan dat de vader sinds zij uit elkaar zijn (november 2020) de afspraken met betrekking tot de omgang tussen [minderjarige 1] en hem niet of nauwelijks nakomt. Volgens de moeder zijn die afspraken noodzakelijk om de veiligheid van [minderjarige 1] te garanderen. Zo is er afgesproken dat de vader volledig abstinent is van alcohol en drugs en dat moet aantonen, dat woedebeheersing en respectvolle communicatie gewaarborgd zijn en dat de vader meewerkt aan professionele hulpverlening voor zijn gedragsproblematiek. Omdat de vader hier niet aan meewerkt kan de moeder de huidige door de ouders overeengekomen omgang tussen de vader en [minderjarige 1] niet meer begeleiden. De moeder verzoekt de veiligheidsafspraken te handhaven, ook als de omgangsregeling gewijzigd wordt en de omgang zal worden begeleid door een derde.
Op de zitting heeft de moeder haar verzoek nader toegelicht. Zij wil feitelijk dat de vader invulling geeft aan zijn vaderrol en dat hij zijn afspraken nakomt, wat hij nu niet of niet naar behoren doet. De moeder stelt veel pogingen te hebben ondernomen, ook met behulp van de betrokken hulpverleningsinstanties, om de omgang tussen [minderjarige 1] en haar vader tot stand te brengen, maar dit is niet gelukt.
De raadsvertegenwoordiger heeft op de zitting naar voren gebracht dat ieder kind twee ouders heeft en dat het ook de verantwoordelijkheid van een ouder zelf is om contact met een kind te hebben. In dit geval heeft de moeder veel pogingen gedaan om het contact tussen de vader en [minderjarige 1] tot stand te brengen, maar dit is niet gelukt. Als de vader contact wil, wordt er ook wat van hem verwacht. Hij moet de afspraken nakomen en respectvol zijn naar de moeder van [minderjarige 1]. Als de vader dat niet kan opbrengen zal dat tot nieuwe teleurstellingen bij [minderjarige 1] leiden.
Op grond van artikel 1:377a, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang met artikel 1:377e BW, kan de rechtbank op verzoek van de ouders of één van hen een beslissing inzake de omgang wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
Naar de rechtbank begrijpt, beroept de moeder zich op een wijziging van omstandigheden in die zin dat al een langere periode geen omgang tussen de vader en [minderjarige 1] meer plaatsvindt, omdat de moeder deze omgang niet meer kan en wil begeleiden. Reeds hierom is sprake van een wijziging van omstandigheden. Dat betekent dat de moeder kan worden ontvangen in haar verzoek.
Uit de stukken en wat op de zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank gebleken dat sinds 2024 de overeengekomen omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige 1] niet meer wordt uitgevoerd. De vader houdt zich niet aan de afgesproken regeling en de in dat kader gemaakte veiligheidsafspraken. Zo komt de vader regelmatig niet of op andere tijden naar de omgangsmomenten en worden de moeder allerlei verwijten gemaakt en dat doet [minderjarige 1] verdriet. Daarnaast communiceert de vader op een wijze die zeer ongepast is met de moeder. Om die reden kan de moeder de omgang niet meer begeleiden. De rechtbank vindt het zorgelijk en bovendien niet in het belang van [minderjarige 1] dat er al geruime tijd geen contact met de vader heeft plaatsgevonden. Gelet op de jonge leeftijd van [minderjarige 1] is het belangrijk dat er op regelmatige basis contact is, zodat [minderjarige 1] een hechtingsrelatie met haar vader kan opbouwen en zij haar vader kan leren kennen. Dit contact moet dan wel op een veilige manier plaatsvinden en de vader moet de afspraken nakomen. Als de vader omgang met [minderjarige 1] wenst, wordt van hem ook enige betrokkenheid en betrouwbaarheid verlangd. Alleen op die manier kan er voor [minderjarige 1] op veilige en voor prettige manier omgang zijn met haar vader en ontstaat daarin enige regelmaat die voor alle betrokkenen, maar vooral voor [minderjarige 1] voorspelbaarheid meebrengt. De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen en bepalen dat de omgang voorlopig uitsluitend begeleid zal plaatsvinden via een professionele instantie, zoals bijvoorbeeld Humanitas. Met begeleide omgang door een professionele instantie kan het contact rustig worden hersteld en kan de vader tegenover onafhankelijke derden laten zien hoe het contact met [minderjarige 1] verloopt, hoe dit zich ontwikkelt en dat hij daarin betrokken en betrouwbaar is. Bovendien kunnen de ouders op deze manier weer meer vertrouwen in elkaar krijgen. Omdat de vader niet op de zitting is verschenen, ziet de rechtbank geen mogelijkheid om de ouders via het uniforme hulpaanbod naar een traject omgangsbegeleiding, zoals bijvoorbeeld BOR Humanitas te verwijzen. De ouders zullen dit samen moeten regelen door zich aan te melden.
De rechtbank merkt ten slotte nog op dat het opvalt hoeveel moeite de moeder heeft gedaan om de vader de kans te geven een serieuze rol te geven in het leven van [minderjarige 1]. Het ligt op de weg van de vader om deze kans nu wel aan te grijpen. Het is om die reden vooral belangrijk dat de vader hulp voor zichzelf gaat zoeken en met behulp van deze hulpverlening gaat werken aan zijn persoonlijke problematiek. Dat zou voor [minderjarige 1] heel fijn zijn. Daarnaast moet de vader zijn energie gaan stoppen in het –eerst begeleid– op een rustige en goede manier opbouwen van een stabiel contact met [minderjarige 1].

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van
26 april 2022 met daarin opgenomen het door de ouders onderling getroffen ouderschapsplan van 20 november 2020 met addendum van 28 december 2021– :
*
bepaalt dat de minderjarige - [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2020 te
[geboorteplaats] en de vader uitsluitend onder begeleiding van een professionele instantie zoals Humanitas of een andere soortgelijke instantie eenmaal in de twee weken vier uren contact met elkaar hebben en dat de voorwaarden voor uitbreiding van deze omgangsregeling zoals genoemd in het ouderschapsplan van 20 november 2020 van kracht blijven, en verklaart deze omgangsregeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door
mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 februari 2026.