ECLI:NL:RBDHA:2026:5151

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
C/09/695704 / FA RK 25-9213
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377e BWArt. 223 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling met gedeeltelijke overeenstemming na schorsing

De rechtbank Den Haag behandelde op 10 februari 2026 een verzoek tot wijziging van de zorgregeling voor twee minderjarige kinderen. De moeder verzocht de zorgregeling te wijzigen zodat de kinderen meer tijd bij de vader zouden doorbrengen, met specifieke dagen en vakanties. De ouders oefenden gezamenlijk gezag uit en hadden een flexibel ouderschapsplan uit 2023.

De voorlopige voorziening werd ingetrokken, waarna de bodemprocedure werd voortgezet. De rechtbank constateerde dat de zorgregeling niet goed werd nagekomen en dat er praktische problemen waren, wat een wijziging van omstandigheden vormde. De vader verzette zich niet tegen wijziging, maar wel tegen de voorgestelde concrete invulling van de zorgregeling.

Na een zitting en schorsing bereikten de ouders gedeeltelijke overeenstemming over de zorgregeling: zolang de vader geen geschikte woonruimte had, zouden de kinderen in het weekend van 12 tot 20 uur bij hem verblijven; bij geschikte woonruimte zou dit veranderen naar zaterdag 11 uur tot zondag 20 uur met overnachting. Over de vakanties bleven zij verdeeld, maar de rechtbank stelde vast dat de kinderen drie weken zomervakantie en één extra vakantieweek bij de vader zouden doorbrengen.

De rechtbank wijzigde de beschikking van juni 2023 en verklaarde de nieuwe regeling uitvoerbaar bij voorraad, wijzend het overige verzoek af.

Uitkomst: De zorgregeling wordt gewijzigd met aangepaste verblijfsdagen en vakanties, deels in overeenstemming tussen ouders.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummers: FA RK 25-9213 (bodemprocedure)
FA RK 25-9212 (voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv Pro)
Zaaknummers: C/09/695704 (bodemprocedure)
C/09/695703 (voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv Pro)
Datum beschikking: 10 februari 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en voorlopige voorzieningen

Beschikkingop de op 3 december 2025 ingekomen verzoeken in de bodemprocedure en de voorlopige voorzieningenprocedure van:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T. Ertekin te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.E. Sondorp te [geboorteplaats].

Procedure

Zaak C/09/695703 (voorlopige voorzieningen):
De rechtbank heeft in de voorlopige voorzieningenprocedure kennis genomen van het verzoekschrift.

Verzoek

De moeder verzoekt bij wijze van voorlopige voorziening ex artikel 223 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de zorgregeling te wijzigen, in die zin dat de kinderen voorlopig bij de vader verblijven:
-iedere zaterdag en zondag van 10:00 uur tot 20:00 uur;
-de helft van de vakanties;
-op het moment dat de vader een geschikte woning heeft iedere vrijdag na school tot zondag 19:00 uur;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaar bij voorraad.
Zaak C/09/695704 (bodemprocedure):
De rechtbank heeft in de bodemprocedure kennis genomen van het verzoekschrift.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt tot wijziging van de beschikking van deze rechtbank van 5 juni 2023 waarin is opgenomen het ouderschapsplan, in die zin dat de moeder thans verzoekt de regeling ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) te wijzigen naar dat de kinderen bij de vader verblijven:
-iedere zaterdag en zondag van 10:00 uur tot 20:00 uur;
-de helft van de vakanties;
-op het moment dat de vader een geschikte woning heeft iedere vrijdag na school tot zondag
19:00 uur;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder doet haar verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden nadien zijn gewijzigd.
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2003 tot [datum 2] 2024.
- Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats],
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats].
- De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 5 juni 2023 is – voor zover hier aan de orde– (de echtscheiding uitgesproken en) het ouderschapsplan in de beschikking opgenomen. In dit plan hebben partijen ten aanzien van de zorgregeling een flexibele regeling afgesproken, waarbij de vader de kinderen op elk gewenst moment mag zien.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek, maar hebben dat niet gedaan.
Op 13 januari 2026 zijn de verzoeken in de voorlopige voorzieningenprocedure en in de bodemprocedure op de zitting van deze rechtbank gevoegd behandeld.
Hierbij zijn verschenen:
-de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
-de moeder, bijgestaan door haar advocaat en tolk R. Dahman.

Beoordeling

Zaak C/09/695703 (voorlopige voorzieningen)
Op de zitting is het verzoek van de moeder tot het treffen van voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv Pro ingetrokken, zodat de rechtbank op dit verzoek niet meer hoeft te beslissen.
Zaak C/09/695704 (bodemprocedure):
Omdat de ouders gezamenlijk zijn belast met het ouderlijk gezag over de kinderen is artikel 1:253a BW van toepassing op het verzoek tot wijziging van de zorgregeling.
Uit het vierde lid van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat artikel 1:377e BW van overeenkomstige toepassing is, zodat de rechtbank op verzoek van de ouders of van één van hen een beslissing inzake de omgang alsmede een door de ouders onderling getroffen regeling kan wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
De rechtbank begrijpt dat de tussen de ouders overeengekomen zorgregeling niet goed meer wordt nagekomen en allerlei praktische problemen met zich brengt. Reeds hierom is sprake van een wijziging van omstandigheden, als hiervoor bedoeld. Dat betekent dat de moeder kan worden ontvangen in haar verzoek.
Ter onderbouwing van haar verzoek voert de moeder aan dat sinds het uit elkaar gaan van partijen de zorgregeling onregelmatig verloopt, terwijl de kinderen volgens de moeder behoefte hebben aan regelmaat en structuur. De moeder heeft daarom de vader gevraagd om samen een meer concrete zorgregeling vast te stellen met vaste tijdstippen en dagen waarop de kinderen bij de vader zijn. De vader heeft hieraan, volgens de moeder, niet meegewerkt. Om deze reden heeft de moeder het verzoek ingediend.
Op de zitting is gebleken dat de vader zich niet verzet tegen de wijziging van de zorgregeling. Ook de vader wil een duidelijker zorgregeling vaststellen. De ouders verschillen echter van mening over de concrete invulling daarvan.
De moeder stelt een zorgregeling voor, waarbij de kinderen iedere zaterdag en zondag van 10 uur tot 20 uur bij de vader verblijven. De vader kan niet instemmen met het voorgestelde tijdstip van 10 uur, omdat hij om de week op vrijdagavond een avonddienst heeft en hij het dan te vroeg vindt om op zaterdag om 10 uur de kinderen bij de moeder op te halen. Hij kan wel instemmen met 12 uur. Daarnaast vindt de vader 20 uur te laat voor een 11-jarig kind en wil daarom dit tijdstip waarop de kinderen weer bij de moeder zijn, aanpassen naar 19 uur.
Omdat de ouders al grotendeels overeenstemming hebben over de wijziging van de zorgregeling, heeft de rechtbank op de zitting een dringend beroep op de ouders gedaan om met behulp van de advocaten samen afspraken te maken over de laatste nog openstaande punten van de zorgregeling. Na een schorsing hebben de ouders aangegeven dat zij de volgende afspraken hebben gemaakt. Zolang de vader nog geen geschikte woonruimte heeft, zullen de kinderen iedere zaterdag en zondag van 12 uur tot 20 uur (na avondeten) bij de vader verblijven, waarbij de vader de kinderen zal ophalen bij de moeder en terugbrengen naar de moeder. Daarbij merkt de rechtbank op, zoals de ouders ook op de zitting hebben aangegeven en zoals nu feitelijk ook al gebeurt, dat ten aanzien van [minderjarige 1] met deze overeengekomen zorgregeling flexibel wordt omgegaan in verband met zijn leeftijd en vanwege zijn sportactiviteiten. Zodra de vader over eigen geschikte woonruimte beschikt, hebben de ouders afgesproken dat de kinderen vanaf dat moment iedere zaterdag van 11 uur tot zondag 20 uur (na avondeten) met een overnachting bij de vader verblijven.
Ten aanzien van de invulling van de vakanties blijven de ouders verschillen van mening. De moeder wil de vakanties bij helfte verdelen. Dit betekent dat de kinderen zes weken per jaar bij de vader zouden zijn. De vader verzet zich hiertegen. Hij stelt dat het vanwege zijn werk niet lukt om de kinderen zes weken bij hem te laten zijn. Daarnaast heeft de vader onbetwist gesteld dat zijn huidige woning ongeschikt is voor de kinderen om alleen, dus zonder ouderlijk toezicht, te verblijven. De vader wil daarom de vakanties flexibel invullen. Wel is op de zitting gebleken dat de ouders het erover eens zijn dat de kinderen iedere zomervakantie drie weken bij de vader zullen zijn.
De rechtbank zal deze overeenstemming als gewijzigde zorgregeling voor de zomervakantie vaststellen. Ten aanzien van de overige verdeling van vakanties, zal de rechtbank een beslissing nemen. Daarbij is enerzijds van belang dat van de vader mag worden verlangd dat hij zoveel als mogelijk een rol in de opvoeding en verzorging van zijn kinderen op zich neemt. Anderzijds moet er rekening mee worden gehouden dat de vader maar een beperkt aantal vakantiedagen heeft en om die reden een gelijke verdeling niet realistisch is. Alles afwegende zal de rechtbank beslissen dat zodra de vader eigen geschikte woonruimte heeft de kinderen naast de drie weken zomervakantie nog één extra vakantieweek bij de vader zullen zijn. De rechtbank vindt dit redelijk omdat de zorgtaken van de kinderen dan meer gelijk worden verdeeld, wat ook in het belang van de kinderen is.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 5 juni 2023 waarin is opgenomen het ouderschapsplan – :
bepaalt dat de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats];
bij de vader zullen zijn:
zolang de vader nog niet over geschikte woonruimte beschikt,
  • iedere zaterdag en zondag van 12 uur tot 20 uur (na avondeten);
  • drie weken van de zomervakantie, in onderling overleg te bepalen;
zodra de vader over eigen geschikte woonruimte beschikt:
- iedere zaterdag van 11 uur tot zondag 20 uur (na avondeten) met een overnachting;
- drie weken van de zomervakantie in onderling overleg te bepalen alsmede één extra schoolvakantieweek, in onderling overleg te bepalen;
en verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door
mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 februari 2026.