ECLI:NL:RBDHA:2026:5154

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
C/09/696918 / FA RK 25-9925
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • G. van Zeben-de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 822 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing uitsluitend gebruik echtelijke woning en toevertrouwing minderjarige bij voorlopige voorziening

De vrouw verzocht de rechtbank om haar het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te wijzen en het minderjarige kind aan haar toe te vertrouwen, met een zorgregeling en een dwangsom tegen de man. De man voerde verweer en stelde onder meer birdnesting voor als tijdelijke oplossing.

De rechtbank oordeelde dat het voortduren van de huidige woonsituatie voor de vrouw en het kind onhoudbaar is en dat het belang van het kind gediend is met rust en afstand tussen partijen. Birdnesting werd afgewezen vanwege het ontbreken van een goede verstandhouding. Het verzoek tot uitsluitend gebruik van de woning werd toegewezen, maar het verzoek tot oplegging van een dwangsom en het verzoek tot uitschrijving van de man van het adres werden afgewezen.

Het minderjarige kind werd aan de vrouw toevertrouwd, waarbij de man het kind elke maandag van 9.00 tot 16.00 uur mag zien, met de verplichting het kind bij een van zijn ouders te ontvangen. Partijen werden verwezen naar mediation voor verdere afwikkeling van het geregistreerd partnerschap. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vrouw krijgt het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en toevertrouwing van het minderjarige kind toegewezen met een zorgregeling voor contact met de man.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-9925
Zaaknummer: C/09/696918
Datum beschikking: 10 februari 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 30 december 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.P.M. Duijndam te Lisse.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 22 januari 2026 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
  • het F9-formulier van 23 januari 2026 van de zijde van de vrouw, met als bijlage een gewijzigd verzoekschrift.
Op 27 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de man;
  • [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
- de vrouw per datum bekendmaking van de beschikking gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [adres] , met inbegrip van de inboedel, met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden, een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag met een maximum van € 50.000,- voor iedere dag dat de man nalaat aan deze verplichting te voldoen dan wel een bedrag of bedragen door de rechtbank in goede justitie te bepalen;
- de man te veroordelen om per datum bekendmaking van de beschikking zich bij de gemeente [gemeente] uit te schrijven van het adres [adres] op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag met een maximum van € 50.000,- voor iedere dag dat de man dit nalaat;
- het kind van partijen aan de vrouw wordt toevertrouwd;
- een zorgregeling vast te stellen door de rechtbank in goede justitie te bepalen;
- de man te veroordelen in de kosten van deze procedure;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Uitsluitend gebruik echtelijke woning
Standpunt vrouw
. De vrouw betaalt de hypotheekrente van de woning, zij heeft een voltijdse baan, de man is werkloos. De vrouw is ook in staat om de man uit te kopen. De vrouw meent dat dit redenen zijn om te bepalen dat zij voorlopig gerechtigd is tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en inboedel.
De vrouw verzoekt het uitsluiteng gebruik van de echtelijke woning aan haar toe te delen. Ter onderbouwing van haar verzoekt voert zij aan dat zij in september 2025 de echtelijke woning samen met [minderjarige] heeft verlaten omdat zij zich ernstige zorgen maakte over het geestelijk welzijn van de man. Sindsdien verblijft zij bij haar moeder. De situatie bij haar moeder is echter onhoudbaar. Het appartement is te krap en zij slaapt op een slaapbank. De man is eerder al akkoord gegaan met vertrek uit de woning. Van de vrouw en [minderjarige] kan niet langer gevergd worden om de huidige situatie te laten voortduren. De man beschikt over alternatieve woonruimte, zijn ouders zijn gescheiden en zij hebben allebei voldoende ruimte in huis om de man op te vangen. Daarnaast is de vrouw voornemens om de echtelijke woning over te nemen na de ontbinding van het geregistreerd partnerschap.
De man voert verweer tegen het verzoek van de vrouw. Hij betwist dat hij bij zijn ouders kan gaan wonen, hij acht dit niet passend. Daarnaast is hij inmiddels een onderneming begonnen vanuit de echtelijke woning en bevindt zijn voorraad zich in de echtelijke woning. Hij stelt birdnesting voor als tijdelijke oplossing, totdat hij over alternatieve woonruimte beschikt. Ook wenst hij dat partijen om tafel gaan samen met een mediator om met elkaar in gesprek te gaan over de verdere afwikkeling.
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw toewijzen voor zover het ziet op toedeling van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar. De vrouw heeft voldoende onderbouwd dat het voortduren van de huidige woonsituatie niet van haar gevergd kan worden omdat de woning van de moeder te krap is. Het is daarbij in het belang van [minderjarige] dat zij in de haar bekende woonomgeving kan verblijven met een eigen kamer. Birdnesting, zoals door de man is voorgesteld, is op dit moment niet haalbaar. Birdnesting vraagt veel van partijen en vergt een goede verstandhouding en communicatie. Uit de stukken en op de zitting is gebleken dat hier op dit moment geen sprake van is. De rechtbank is daarom van oordeel dat partijen op dit moment gebaat zijn bij rust en afstand van elkaar. Ook acht de rechtbank birdnesting niet in het belang van [minderjarige] .
Inboedel
Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij en/of de kinderen toegewezen.
Dwangsom
De vrouw verzoekt de man een dwangsom op te leggen voor iedere dag dat hij nalaat de echtelijke woning te verlaten. De rechtbank ziet vooralsnog geen aanleiding hiertoe. Hoewel de man op de zitting heeft verklaard het niet passend te vinden dat hij bij een van zijn ouders intrekt, gaat de rechtbank ervan uit dat hij deze beschikking zal nakomen en de echtelijke woning zal verlaten. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw tot oplegging van een dwangsom afwijzen.
Uitschrijven adres
De vrouw verzoekt te bepalen dat de man zich dient uit te schrijven op het adres van de echtelijke woning. De rechtbank overweegt dat het verzoek van de vrouw niet valt onder de limitatieve opsomming van artikel 822 Rechtsvordering Pro. De rechtbank zal daarom de vrouw niet-ontvankelijk verklaren in dit verzoek.
Toevertrouwing [minderjarige]
De vrouw verzoekt [minderjarige] aan haar toe te vertrouwen. De man heeft geen verweer gevoerd tegen dit verzoek. Omdat niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich hiertegen verzet, zal de rechtbank het verzoek van de vrouw toewijzen.
Zorgregeling
Partijen zijn het erover eens dat het in het belang van [minderjarige] is dat er regelmatig contact is tussen haar en de man. De vrouw maakt zich echter zorgen om de psychische gezondheid van de man en vraagt zich ook af waar [minderjarige] zal verblijven als zij bij de man is, als de man de echtelijke woning moet verlaten.
Op de zitting is met partijen gesproken over de mogelijkheid dat de man [minderjarige] elke woensdag van 9.00 uur tot 16.00 uur bij zich heeft. De man heeft aangegeven de voorkeur te geven om [minderjarige] op de maandag bij zich te hebben omdat de woensdagen de oppasdagen van zijn moeder zijn. Hoewel zijn moeder op dit moment herstellende is van een TIA, is gebleken dat zij [minderjarige] nog steeds (deels) verzorgd op de woensdagen. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat [minderjarige] op de maandagen van 9.00 uur tot 16.00 uur bij de man is, waarbij de man [minderjarige] bij een van zijn ouders dient te ontvangen. De rechtbank merkt hierbij nog op dat het niet nodig is dat de contactmomenten worden begeleid door een van de ouders van de man, maar dat het erom gaat dat [minderjarige] een vaste basis heeft waar zij verblijft wanneer zij bij de man is. Het is ook niet nodig dat de man en [minderjarige] de hele dag in het huis van de betreffende ouder blijven, het staat hen vrij om uitstapjes te maken. De rechtbank gaat ervan uit dat de man de vrouw tijdig zal informeren over waar hij met [minderjarige] zal verblijven. Voor wat betreft het halen en brengen is op de zitting gebleken dat partijen over één auto beschikking en de auto op dit moment delen. De rechtbank zal daarom bepalen dat de ouder die op dat moment over de auto beschikt [minderjarige] zal halen dan wel zal brengen naar de andere ouder. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen hier onderling afspraken over zullen maken dan wel al hebben gemaakt.
Mediation
Ter zitting is gebleken dat partijen bereid zijn om opnieuw in mediation te gaan. De rechtbank zal partijen daarom verwijzen naar de bij hen bekende mediator. Partijen kunnen gedurende het mediationtraject afspraken maken over de verdere afwikkeling van de ontbinding van het geregistreerd partnerschap in de bodemprocedure maar ook nadere afspraken maken omtrent de uitvoering van de beslissingen die in deze beschikking worden genomen.
Proceskosten
De vrouw meent dat een kostenveroordeling redelijk is. De vrouw moet weer griffierecht betalen omdat de man de eerder gemaakte afspraken niet nakomt.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
*
bepaalt dat de minderjarige:
- [minderjarige] ,geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] ;
aan de vrouw zal worden toevertrouwd;
*
bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om [minderjarige] bij zich te hebben elke maandag van 9.00 uur tot 16.00 uur, waarbij de man de vrouw tijdig zal informeren waar bij met [minderjarige] zal verblijven en waarbij de ouder die over de auto beschikt [minderjarige] zal halen en brengen;
*
verwijst partijen naar de voor hen bekende mediator om te trachten hun geschil ten aanzien van de verdere afwikkeling van de ontbinding van het geregistreerd partnerschap door middel van mediation tot een oplossing te brengen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek te bepalen dat de man zich dient uit te schrijven op het adres van de echtelijke woning;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026.