ECLI:NL:RBDHA:2026:516
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzoeken tot voorlopige voorzieningen in asielzaken
In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 14 januari 2026, worden twee verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening beoordeeld. De verzoeker, van Iraanse nationaliteit, heeft twee verzoeken ingediend die connex zijn aan zijn beroep tegen besluiten van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) en de minister van Asiel en Migratie. Het eerste verzoek betreft een plaatsingsbesluit van het COa van 25 oktober 2025, waarin is besloten om verzoeker in een HTL in Hoogeveen te plaatsen. Het tweede verzoek is gericht tegen een vrijheidsbeperkende maatregel die door de minister is opgelegd op dezelfde datum.
De zitting vond plaats op 18 december 2025, waar de verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de verweerders aanwezig waren. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken gelijktijdig behandeld met samenhangende beroepen. In de uitspraak van vandaag heeft de rechtbank de beroepen ongegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet meer nodig is. De verzoeken worden afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gepseudonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl en een afschrift is verzonden aan de betrokken partijen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.