ECLI:NL:RBDHA:2026:516
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken voorlopige voorziening tegen plaatsing en vrijheidsbeperkende maatregel COA en minister
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter twee verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening beoordeeld. Het eerste verzoek betrof de plaatsing van verzoeker in een Handhaving- en Toezichtslocatie (HTL) in Hoogeveen door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa). Het tweede verzoek betrof een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de minister van Asiel en Migratie.
De verzoeken waren connex aan de beroepen van verzoeker tegen de respectievelijke besluiten van het COa en de minister. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken gelijktijdig behandeld op 18 december 2025, samen met andere samenhangende beroepen tegen de terugplaatsing van verzoeker in de HTL.
Na behandeling heeft de rechtbank de samenhangende beroepen ongegrond verklaard. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk. De voorzieningenrechter heeft daarom de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat de samenhangende beroepen ongegrond zijn verklaard.