ECLI:NL:RBDHA:2026:525

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
NL25.23106
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van asielberoep van Oekraïense eiseres wegens te vroege ingebrekestelling

Op 12 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak van een Oekraïense eiseres die beroep had ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag. De eiseres had op 8 november 2023 een asielaanvraag ingediend, maar de wettelijke beslistermijn van zes maanden was door een Besluit- en Vertrekmoratorium, dat op 22 maart 2022 was ingesteld en twee keer was verlengd, verlengd tot 21 maanden. Hierdoor eindigde de beslistermijn pas op 8 augustus 2025. De eiseres had op 9 april 2025 een ingebrekestelling ingediend, maar de rechtbank oordeelde dat deze te vroeg was, aangezien de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Dit leidde tot de conclusie dat het beroep van de eiseres tegen het uitblijven van een besluit op haar asielaanvraag kennelijk niet-ontvankelijk was. De rechtbank heeft ook geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt op www.rechtspraak.nl.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.23106

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.S. Nizamoeddin),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 21 mei 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 8 november 2023.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eiseres heeft op 8 november 2023 een asielaanvraag ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in geval van eiseres op 8 mei 2024 eindigen. Eiseres heeft de Oekraïnse nationaliteit. Op 22 maart 2022 is een Besluit- en Vertrekmoratorium [1] ingesteld dat twee keer is verlengd. Hierdoor is de beslistermijn voor eiseres verlengd tot 21 maanden, waardoor deze voor eiseres pas op 8 augustus 2025 is geëindigd. Dat betekent dat op het moment van de ingebrekestelling de beslistermijn nog niet was verstreken, waardoor de ingebrekestelling van 9 april 2025 te vroeg is ingediend. Daarom is het beroep van eiseres tegen het uitblijven van een besluit op haar asielaanvraag kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 12 januari 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Besluit instellen besluitmoratorium en vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Oekraïne.