ECLI:NL:RBDHA:2026:525
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend tegen uitblijven besluit asielaanvraag Oekraïense nationaliteit
Eiseres, van Oekraïense nationaliteit, diende op 8 november 2023 een asielaanvraag in. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 8 mei 2024 eindigen. Echter, vanwege het Besluit- en Vertrekmoratorium voor Oekraïense vreemdelingen, dat meerdere malen is verlengd, werd de beslistermijn verlengd tot 21 maanden, waardoor deze pas op 8 augustus 2025 afliep.
Eiseres stelde op 9 april 2025 een ingebrekestelling op, maar deze was prematuur omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een beroepschrift pas worden ingediend nadat het bestuursorgaan in gebreke is gesteld en twee weken zijn verstreken. Omdat dit niet het geval was, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter W.H. Bel en griffier A.S.J.I. Hendrickx en openbaar gemaakt op 12 januari 2026. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het uitblijven van een besluit op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit van de ingebrekestelling.