ECLI:NL:RBDHA:2026:525
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van asielberoep van Oekraïense eiseres wegens te vroege ingebrekestelling
Op 12 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak van een Oekraïense eiseres die beroep had ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag. De eiseres had op 8 november 2023 een asielaanvraag ingediend, maar de wettelijke beslistermijn van zes maanden was door een Besluit- en Vertrekmoratorium, dat op 22 maart 2022 was ingesteld en twee keer was verlengd, verlengd tot 21 maanden. Hierdoor eindigde de beslistermijn pas op 8 augustus 2025. De eiseres had op 9 april 2025 een ingebrekestelling ingediend, maar de rechtbank oordeelde dat deze te vroeg was, aangezien de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Dit leidde tot de conclusie dat het beroep van de eiseres tegen het uitblijven van een besluit op haar asielaanvraag kennelijk niet-ontvankelijk was. De rechtbank heeft ook geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt op www.rechtspraak.nl.