ECLI:NL:RBDHA:2026:5252
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing visum kort verblijf niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 18 november 2025 waarbij het bezwaar tegen de afwijzing van een visum kort verblijf ongegrond werd verklaard. Het beroepschrift bevatte echter geen gronden waarop het beroep was gebaseerd.
De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser op 17 december 2025 verzocht om binnen vier weken alsnog de gronden in te dienen, met de waarschuwing dat het beroep anders niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Binnen deze hersteltermijn zijn geen gronden ontvangen en er is geen sprake van een verschoonbaar verzuim.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en behandelt zij de inhoud van het beroep niet. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 11 maart 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.