Verzoeker diende op 21 mei 2025 een opvolgend beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 6 juni 2023. Op 25 november 2025 nam de minister alsnog een besluit op deze aanvraag. Vervolgens trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de minister door het alsnog nemen van het besluit tijdens het beroep geheel of gedeeltelijk aan verzoeker tegemoet was gekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank in dat geval de proceskosten vergoeden.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op €467, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een wegingsfactor 'licht' vanwege de beperkte aard van het beroep. De minister werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.