ECLI:NL:RBDHA:2026:5329

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
14 maart 2026
Zaaknummer
C/09/698596 / FA RK 26-887
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:247a BWArt. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor vakantie met minderjarige kinderen naar het buitenland

De moeder heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om vervangende toestemming te verkrijgen om met haar drie minderjarige kinderen van 15 tot en met 28 februari 2026 naar het buitenland te reizen. Dit verzoek is gedaan omdat zij de vader, die gezamenlijk gezag uitoefent, niet kon bereiken om zijn toestemming te verkrijgen.

De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder en de ouders zijn gescheiden. Er is een ouderschapsplan opgesteld en ondertekend door beide ouders. De vader heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen op de zitting.

De rechtbank heeft de minderjarige kinderen gehoord en heeft het verzoek van de moeder toegewezen, omdat het in het belang van de kinderen is dat zij met hun moeder kunnen reizen om haar ernstig zieke moeder te bezoeken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en iedere partij draagt de eigen proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank verleent de moeder vervangende toestemming om met de minderjarige kinderen naar het buitenland te reizen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-887
Zaaknummer: C/09/698596
Datum beschikking: 11 februari 2026

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 28 januari 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H.H.R. Bruggeman te Leiderdorp.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader]

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift.
De minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , hebben zich op
10 februari 2026 in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 11 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en tolk M.Y. Abdi en [naam]
namen de Raad voor de Kinderbescherming.
Hoewel de vader goed is opgeroepen, is hij niet op de zitting verschenen.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2008 tot [datum 2] 2021.
- Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1] , [geboorteland] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2] ,
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2017 te [geboorteplaats 3] .
- De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De vader en de moeder hebben in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
- De ouders hebben overeenkomstig artikel 1:247a van het Burgerlijk Wetboek (BW) een ouderschapsplan opgesteld, wat door beide ouders op 28 maart 2023 is ondertekend.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 14 februari 2025 is aan de moeder vervangende toestemming verleend voor het aanvragen van een reisdocument voor de kinderen.

Verzoek en verweer

De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht om haar vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de vader vervangt, om met de kinderen van 15 februari 2026 tot en met 28 februari 2026 naar [plaats] , [land] te reizen, een en ander uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Ter onderbouwing van haar verzoek voert de moeder aan dat zij van 15 februari 2026 tot en met 28 februari 2026 met de kinderen naar [land] wil reizen om haar moeder te bezoeken die ernstig ziek is. Zij kan de vader niet bereiken om toestemming te verlenen. Om deze reden heeft zij haar verzoek ingediend.
Op grond van artikel 1:253a BW kan de moeder aan de rechtbank vervangende toestemming vragen. De rechtbank neemt daarbij een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Omdat de vader niet op de zitting is verschenen, heeft de rechtbank geen vergelijk tussen de ouders kunnen beproeven. De rechtbank zal de door de moeder verzochte vervangende toestemming voor het reizen met de kinderen naar [land] verlenen. Vast staat dat de moeder geen toestemming heeft kunnen verkrijgen, omdat zij de vader niet kan bereiken. De rechtbank vindt het in het belang van de kinderen dat zij met hun moeder naar [land] kunnen reizen. Bovendien heeft de vader geen verweer in deze procedure gevoerd. De rechtbank zal het verzoek van de moeder dan ook toewijzen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – om
met de minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1] , [geboorteland] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2] ,
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2017 te [geboorteplaats 3] ,
heen en weer te reizen van 15 februari 2026 tot en met 28 februari 2026 naar [land] ;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van
mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 februari 2026.