Uitspraak
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 21 mei 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
[de man] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het aanvullend verzoekschrift van de vrouw;
- het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken van de man;
- het bericht met bijlagen van 29 september 2025 van de man;
- het verweer van de vrouw tegen de zelfstandige verzoeken van de man;
- het bericht met bijlage van 27 november 2025 van de vrouw;
- het aanvullend verzoekschrift van de vrouw, binnengekomen op 17 december 2025;
- het bericht met bijlage van 8 januari 2026 van de vrouw;
- het bericht met bijlagen van 9 januari 2026 van de man;
- het bericht met bijlagen van 12 januari 2026 van de vrouw.
gecombineerde behandelingvan zowel onderhavige verzoeken als het verzoek tot ondertoezichtstelling van de kinderen (C/09/694229 JE RK 25-1895). Hierbij zijn verschenen:
- de vrouw bijgestaan door haar advocaat;
- de man bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam 1] en [naam 2] namens de Raad;
- [naam 3] namens de gecertificeerde instelling.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2012 in [plaats 1] .
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats 1] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats 2] .
- De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit.
- Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen.
- Deze rechtbank heeft op 14 oktober 2025 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende dat:
- de man voorlopig gerechtigd is de kinderen vanaf 29 oktober 2025 bij zich te hebben: iedere woensdag en vrijdag uit school tot na het avondeten;
- de man aan de vrouw, met ingang van 30 juli 2025, een kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen van € 295,- per kind per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
- De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft op 2 december 2025 vonnis gewezen en daarin – voor zover hier van belang – bepaalt dat:
- de vrouw wordt veroordeeld tot nakoming van de voorlopige zorgregeling zoals opgenomen in de beschikking van deze rechtbank van 14 oktober 2025, in die zin dat de kinderen bij de man zullen zijn: iedere woensdag en vrijdag uit school tot na het avondeten, op straffe van een dwangsom van € 250,- voor iedere dag of dagdeel dat de vrouw daarmee in gebreke blijft met een maximum van € 15.000,-;
- de vrouw wordt veroordeeld om de man eenmaal per maand op de eerste dag van de maand (via e-mail) te informeren over gewichtige aangelegenheden betreffende de kinderen zoals, onderwijs, sport en medische zaken, op straffe van een dwangsom van € 100,- voor iedere dag dat de vrouw daartoe in gebreke blijft, zonder maximum.
- De kinderrechter van deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 december 2025 de behandeling van het verzoek tot ondertoezichtstelling aangehouden tot de zitting van 14 januari 2026 om 13:15 uur van mr. G. van Zeben-de Vries, tijdens welke zitting dat verzoek gezamenlijk zal worden behandeld met de echtscheidingszaak (C/09/685620 FA RK 25-3820).
- Bij beschikking van 19 december 2025 van het Gerechtshof Den Haag is de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek in hoger beroep tegen de beschikking van 14 oktober 2025 van deze rechtbank.
Verzoek en verweer
- bepaling dat voortaan aan de vrouw het ouderlijk gezag zal toekomen over de kinderen;
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw;
- vaststelling van een omgangsregeling tussen de man en de kinderen in die zin dat de man iedere laatste dag van het kwartaal onder professionele begeleiding zal videobellen met de kinderen tussen 17:00 uur en 17:30 uur, althans een omgangsregeling tussen de man en de kinderen te bepalen als de rechtbank in goede justitie juist acht;
- vaststelling van kinderalimentatie van € 1.832,- per maand, bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen, met ingang van 21 mei 2025;
- vaststelling van een door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie van € 826,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen en met ingang van 21 mei 2025;
- verdeling van de huwelijksgemeenschap conform het voorstel van de vrouw;
- vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over de kinderen, in die zin dat een co-ouderschapsregeling wordt vastgesteld waarbij de kinderen de ene week bij de moeder zijn van maandag uit school tot maandag naar school, en de andere week van maandag uit school tot maandag naar school, of te bepalen dat een co-ouderschapsregeling wordt vastgesteld waarbij de kinderen de ene week bij de moeder zijn van woensdag uit school tot woensdag naar school, en de andere week van woensdag uit school tot woensdag naar school,
- vaststelling van een vakantieregeling waarbij de schoolvakanties tussen de ouders worden verdeeld in die zin dat iedere ouder recht heeft om de helft van de vakanties met de kinderen door te nemen, waarbij iedere ouder recht heeft op een aaneengesloten vakantie met de kinderen tijdens de zomervakantie;
- bepaling dat iedere ouder zijn eigen kosten draagt tijdens het verblijf van de kinderen bij de moeder dan wel bij de vader;
Beoordeling
Gelet hierop zal de rechtbank het verzoek van de vrouw afwijzen.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting;
- de zelfstandigenaftrek;
- de MKB-winstvrijstelling.
€ 4.874,- per maand.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting;
- de zelfstandigenaftrek;
- de MKB-winstvrijstelling.
€ 1.942,- per maand.
€ 1.460,- per maand in 2023. Geïndexeerd naar 2026 bedraagt de behoefte € 1.727,- per maand.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting;
- de zelfstandigenaftrek;
- de MKB-winstvrijstelling.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting;
- de inkomensafhankelijke combinatiekorting;
- de zelfstandigenaftrek;
- de MKB-winstvrijstelling;
- het kindgebonden budget;
- de alleenstaande ouderkop.
€ 1.944,- per maand. Dit is onvoldoende om volledig in de behoefte van de kinderen te voorzien. De rechtbank komt daarom niet toe aan een draagkrachtvergelijking. Er is sprake van een tekort van € 183,- per maand.
Beslissing
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats 1] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats 2] ,
bepaalt als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de even weken op woensdag- en vrijdagmiddag uit school tot 19.30 uur (na het avondeten) en in de oneven week de woensdagmiddag uit school tot 19.30 uur (na het avondeten) en vrijdag uit school tot maandag naar school bij de man zijn waarbij de gecertificeerde instelling de regie heeft over de opbouw van deze regeling en een eventuele verdere uitbreiding, alsmede voor wat betreft een verdeling van de vakanties en feestdagen bij helfte;
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 11 februari 2026 tot de datum van de overdracht van de echtelijke woning aan de man dan wel de verkoop van de echtelijke woning aan een derde, een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] moet betalen van € 656,- per maand;
stelt de verdeling van de huwelijksgemeenschap als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand: