Uitspraak
Scheiding
Beschikking op het op 6 december 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
[de man] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het bericht van mr. A. Ramsaroep met bijlagen van 29 december 2024;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift van 7 maart 2025;
Feiten
Verzoek en verweer
- de woning aan de [adres 1] [plaats 1] wordt toegedeeld aan de vrouw en zij de helft van de overwaarde (taxatiewaarde minus de hypotheek) aan de man dient te betalen;
- de woning aan de [adres 3] te [plaats 2] wordt toegedeeld aan de man onder de voorwaarde dat hij de helft van de waarde aan de vrouw betaalt, dan wel dient dit te worden verkocht aan een derde met verdeling van de opbrengst bij helfte tussen partijen;
- de man wordt veroordeeld tot betaling van € 4.000,- aan de vrouw;
- de man wordt veroordeeld tot betaling van € 350,- per maand ingaande juni 2024 tot aan datum verdeling van de woning aan de [adres 3] te [plaats 2] .
- het voortgezet gebruik van de woning aan de [adres 1] [plaats 1] wordt toegekend aan de vrouw, met het bevel dat de man deze woning dient te verlaten en niet meer mag betreden;
- de bankrekeningen van partijen worden toegedeeld aan de partij op wiens naam deze staat zonder nadere verrekening met de ander;
- alle activa en passiva van de eenmanszaak [eenmanszaak] met KVK-nummer [KvK-nummer] aan de man worden toegedeeld zonder nadere verrekening met de vrouw, waarbij de man alle schulden die hij voor zijn eenmanszaak en/of op zijn naam is aangegaan als zijn eigen schuld zal aflossen met vrijwaring van de vrouw terzake én de man binnen twee weken na de beschikking de eenmanszaak dient te hebben uitgeschreven van het adres aan de [adres 1] [plaats 1] ;
- de wijze van verdeling van het onroerend goed in [land] nader te bepalen zoals aangegeven in randnummer 5 van de akte aanvullende verzoeken van 19 januari 2026;
- de betaling van de overwaarde aan de man van hetgeen hem toekomt voor de toedeling van de woning aan de [adres 1] [plaats 1] aan de vrouw, pas zal geschieden nadat de vrouw haar deel van de overwaarde van het onroerend goed uit [land] heeft ontvangen en dat zij bevoegd is deze betaling geheel of gedeeltelijk te verrekenen met hetgeen zij van de man dient te ontvangen terzake van het onroerend goed in [land] .
Beoordeling
- de goederen en schulden die voor het huwelijk reeds gemeenschappelijk waren;
- goederen en schulden die tijdens het huwelijk (en voor de het echtscheidingsverzoek) zijn verkregen of aangegaan, tenzij deze betrekking hebben op goederen die buiten de wettelijke beperkte gemeenschap vallen.