Uitspraak
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 11 december 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[de man] ,
[de vrouw] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken, met bijlagen;
- het verweerschrift tegen de zelfstandige verzoeken, met aanvullend verzoek en met bijlagen;
- het bericht van 22 januari 2026 van de man, met bijlagen.
- de man bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Feiten
- Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2008 in [plaats 1] .
- Partijen zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] (hierna: [de minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 2] (hierna: [de minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 2] 2010 in [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 3] (hierna: [de minderjarige 3] ), geboren op [geboortedatum 3] 2014 in [geboorteplaats] .
- Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen.
- De vrouw verblijft op dit moment met de kinderen in de echtelijke woning aan de [adres] [plaats 2] .
Verzoek en verweer
- primair: te bepalen dat de man de ene week bevoegd is tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en de vrouw de andere week bevoegd is tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, en de daarin bevindende inboedel, waarbij partijen een birdnestregeling hanteren, met het wisselmoment op woensdag om 12.00 uur en gelijklopend met de voorlopige zorgregeling van de kinderen;
- subsidiair: te bepalen dat de man voorlopig bevoegd is tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, en de daarin bevindende inboedel;
- meer subsidiair: een beslissing te nemen zoals de rechtbank juist acht;
- te bepalen dat de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd;
- te bepalen dat de kinderen één weekend in de veertien dagen bij de man zijn vanaf
- te bepalen dat de man € 540,- per kind per maand aan voorlopige kinderalimentatie moet betalen, bij vooruitbetaling te voldoen aan de vrouw;
- te bepalen dat de man € 4.000,- per maand aan voorlopige partneralimentatie moet betalen, bij vooruitbetaling te voldoen aan de vrouw;
- te bepalen dat de vrouw het gebruik van de echtelijke woning en de bijbehorende inboedelzaken krijgt toegewezen, met het bevel aan de man om de woning niet meer te betreden.
- € 234.794,- in 2022;
- € 251.890,- in 2023;
- € 275.633,- in 2024.
(50 + 5036 =) € 5.086,- per maand in 2025. Omdat de totale draagkracht van partijen de behoefte van de kinderen van € 1.930,- per maand in 2026 overstijgt, wordt een draagkrachtvergelijking gemaakt. De verdeling van de kosten over partijen wordt dan berekend volgens de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte, oftewel:
voorlopigekinderalimentatie moet betalen van € 1.235,- per maand, telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen. Gelet op al het voorgaande zal de rechtbank het meer of anders verzochte over de voorlopige kinderalimentatie afwijzen.
voorlopigepartneralimentatie moet betalen van € 3.851,- bruto per maand, telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen. Gelet op al het voorgaande zal de rechtbank het meer of anders verzochte over de voorlopige partneralimentatie afwijzen.
Beslissing
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2010 in [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2014 in [geboorteplaats] ;
- in de oneven weken van woensdagmiddag uit school tot in de even weken woensdagochtend naar school;
- de helft van de schoolvakanties en feestdagen, in onderling overleg tussen partijen te verdelen;
- in de even weken van woensdagmiddag uit school tot in de oneven weken woensdagochtend naar school;
- de helft van de schoolvakanties en feestdagen, in onderling overleg tussen partijen te verdelen;
medeverzorgt en opvoedt) van € 1.235,- per maand moet betalen, telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen;