Partijen zijn gehuwd in beperkte gemeenschap van goederen sinds 2023 en verzoeken gezamenlijk de echtscheiding uit te spreken met nevenvoorzieningen. De vrouw heeft de echtelijke woning opgezegd en per 1 oktober 2025 opgeleverd, waardoor het verzoek van de man tot toedeling van het huurrecht wordt afgewezen.
De rechtbank wijst partneralimentatie toe van €778 bruto per maand, conform de gewijzigde voorlopige voorziening en instemming van de man. De verdeling van de huwelijksgemeenschap vindt plaats op basis van de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen, met peildatum 13 november 2024.
De inboedel is reeds verdeeld, de bankrekeningen blijven eigendom van de respectievelijke partijen met verrekening van de helft van de saldi. De activa en passiva van de onderneming worden aan de man toegedeeld zonder nadere verrekening. Verzoeken omtrent de auto, goud en belastingdienstschulden worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of intrekking.
De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, draagt iedere partij eigen proceskosten en wijst het meer of anders verzochte af.