De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige voor een jaar vanwege zorgen over instabiliteit in de opvoedsituatie en moeizame communicatie tussen de ouders. Er was een observatietraject uitgevoerd en ouderschapsbemiddeling geadviseerd, maar de wachttijd was lang.
De moeder en vader stelden dat het vrijwillig kader toereikend is, dat er geen contact was met de jeugdbeschermer sinds mei 2025, en dat zij zelf al diverse hulpverlening en therapieën voor de minderjarige en begeleiding voor de moeder hebben opgestart. Ook was er een mediationtraject gepland.
De kinderrechter oordeelde dat de wettelijke gronden voor verlenging van de ondertoezichtstelling niet (meer) aanwezig zijn. De ouders hebben grote stappen gezet, staan open voor hulp, en de vrijwillige hulpverlening is voldoende om de zorgen aan te pakken. Het gedwongen kader is niet langer noodzakelijk en de hulpverlening kan in het vrijwillig kader worden voortgezet.
Daarom werd het verzoek tot verlenging afgewezen. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.