ECLI:NL:RBDHA:2026:5413

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
C/09/695391 / FA RK 25-9042
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • R.S. Matthijssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek wijziging zorgregeling en verwijzing naar ouderschapsbemiddeling

De moeder verzocht de rechtbank om de bestaande zorg- en vakantieregeling te wijzigen op grond van gewijzigde omstandigheden, waaronder gedragsproblemen van een minderjarige, haar eigen gezondheidsproblemen en het ontbreken van werk bij de vader.

De rechtbank oordeelde dat de opvoedproblematiek niet langer speelt en dat de gezondheidsproblemen van de moeder onvoldoende onderbouwd zijn om een wijziging te rechtvaardigen. Ook achtte de rechtbank het ontbreken van werk bij de vader geen duurzame wijziging van omstandigheden.

De moeder werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot wijziging van de zorgregeling. De rechtbank constateerde dat de communicatie tussen de ouders slecht verloopt en verwees hen naar een ouderschapsbemiddelingstraject om de communicatie en afspraken te verbeteren.

De minderjarigen werden betrokken bij de procedure; één kind ontving een persoonlijke brief van de kinderrechter met uitleg over de beslissing. De proceskosten worden door iedere partij zelf gedragen.

Uitkomst: Verzoek tot wijziging van de zorgregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard en ouders worden verwezen naar ouderschapsbemiddeling.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-9042
Zaaknummer: C/09/695391
Datum beschikking: 13 februari 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 28 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Rahimzadeh te Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P.V. Hübner te Rotterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
het verzoekschrift;
- het bericht van 29 december 2025, met bijlage, van de zijde van de moeder;
- het verweerschrift;
- het bericht van 1 januari 2026, met bijlage, van de zijde van de moeder;
- het bericht van 5 januari 2026, met bijlage, van de zijde van de moeder.
De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 6 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk.

Feiten

- De moeder en de vader zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2011 tot [datum 2] 2020.
- Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats 1] , [land] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats 2] .
- [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 20 januari 2020 is – voor zover hier aan de orde – de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken en bepaald dat het aangehechte ouderschapsplan onderdeel uitmaakt van de beschikking. In het ouderschapsplan zijn de ouders – voor zover hier aan de orde – overeengekomen dat de kinderen, zodra [de minderjarige 1] zijn zwemdiploma heeft, om de week van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur bij de vader verblijven, waarbij de vader de kinderen haalt en brengt. In de schoolvakanties zullen de kinderen in overleg tussen de ouders een dag extra bij de vader verblijven.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 24 november 2020 is (met wijziging van de beschikking van 20 januari 2020 en het daaraan gehechte ouderschapsplan) bepaald dat de kinderen bij de vader zullen zijn:
 eens per veertien dagen van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur, waarbij de moeder tijdens de omgangsweekenden eenmaal de kinderen brengt naar station [plaats 1] , dan wel ophaalt bij station [plaats 1] ;
 gedurende de helft van de schoolvakanties en feestdagen, waarbij jaarlijks aan het begin van het kalenderjaar de vakanties en feestdagen worden verdeeld;
en dat de vader drie keer per week een belafspraak mag hebben met de kinderen, op maandag, woensdag en vrijdag tussen 18.30 uur en 19.00 uur, waarbij de telefoongesprekken niet langer dan tot 20.00 uur mogen duren en dat de moeder drie keer per week een belafspraak mag hebben met de kinderen, op maandag, woensdag en vrijdag tussen 18.30 uur en 19.00 uur, gedurende de vakanties van de kinderen bij de vader.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 28 december 2023 is (met wijziging van de beschikking van 20 januari 2020 en het daaraan gehechte ouderschapsplan en de beschikking van 24 november 2020) bepaald:
 dat de eerder vastgestelde vakantie- en feestdagenregeling vervalt;
 dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in ieder geval twee weken aaneensluitend in de zomervakantie bij de vader verblijven;
 dat de overige schoolvakanties en feestdagen in onderling overleg zullen worden verdeeld;
 dat de vader iedere dinsdag om 18.00 uur een belafspraak heeft met de kinderen.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt de rechtbank – voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad – de verdeling van zorg- en opvoedingstaken (de zorgregeling) te wijzigen, in die zin dat de moeder verzoekt te bepalen dat er tussen de vader en de kinderen een reguliere zorgregeling zal gelden waarbij de kinderen ieder weekend van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur bij de vader verblijven. Ook verzoekt de moeder de rechtbank te bepalen dat de vakanties en feest- en studiedagen zullen worden verdeeld zoals beschreven in punt 18 van het verzoekschrift. Tot slot verzoekt de moeder de rechtbank te bepalen dat ieder der partijen de eigen proceskosten draagt.
De moeder doet haar verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden zijn gewijzigd.
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt de proceskosten te compenseren.

Beoordeling

Wijziging van omstandigheden
In artikel 1:377e BW staat dat de rechtbank op verzoek van een ouder een bestaande zorgregeling kan veranderen als de omstandigheden zijn veranderd of als de rechtbank die regeling heeft vastgesteld op grond van onjuiste of onvolledige gegevens.
In haar verzoekschrift heeft de moeder aangevoerd dat de omstandigheden na de vaststelling van de zorgregeling in 2023 zijn veranderd, omdat [de minderjarige 1] steeds vaker en in toenemende mate dominant en agressief gedrag vertoont jegens de moeder. De vader is volgens de moeder wel in staat om [de minderjarige 1] te corrigeren en te stabiliseren. Op de zitting heeft de moeder verklaard dat zij hulp heeft gezocht voor de in het verzoekschrift geschetste problemen die zij ervoer in de opvoeding van [de minderjarige 1] en dat zij een cursus volgt voor ouders die ondersteuning nodig hebben bij de opvoeding en verzorging van kinderen in de puberleeftijd. De moeder heeft hier veel baat bij (gehad) en de problemen ten aanzien van de opvoeding van [de minderjarige 1] zijn volgens de moeder niet meer aanwezig. De moeder heeft de onderbouwing van haar verzoek ter zitting verder aangevuld en aangevoerd dat zij sinds anderhalf jaar met gezondheidsproblemen kampt, waardoor de opvoeding en verzorging van de kinderen haar zwaar valt. Ook heeft de moeder aangevoerd dat het feit dat de vader geen werk meer heeft moet worden gezien als een gewijzigde omstandigheid die wijziging van de zorgregeling en de vakantieregeling rechtvaardigt.
De moeder stelt daarnaast dat de vader de regeling voor wat betreft de vakanties en feestdagen, die is bepaald in de beschikking van 28 december 2023, niet nakomt en dat de kinderen in alle vakanties behalve de zomervakantie feitelijk volledig bij haar zijn. Ook de reguliere zorgregeling komt de vader niet altijd na, aldus de moeder.
De vader stelt dat de moeder niet-ontvankelijk is in haar verzoek omdat de omstandigheden sinds de beschikking van 28 december 2023 niet zijn gewijzigd en de zorgsituatie niet is veranderd. De vader herkent het door de moeder geschetste gedrag van [de minderjarige 1] niet en stelt dat [de minderjarige 1] slechts pubergedrag vertoont en zich uitspreekt tegen de moeder als de moeder zich negatief uitlaat over de vader. Ook de op zitting door de moeder aangevoerde omstandigheden zijn geen gewijzigde omstandigheden in de zin van artikel 1:377e BW, aldus de vader.
Ontvankelijkheid
De rechtbank stelt allereerst vast dat de opvoedproblematiek van [de minderjarige 1] niet langer aan de orde is en dat dit daarom geen gewijzigde omstandigheid oplevert op grond waarvan wijziging van de zorgregeling en de vakantieregeling kan worden verzocht.
Ook is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende vast komen te staan dat de vader de reguliere zorgregeling en de vakantieregeling niet volledig nakomt en dat dit een relevante wijziging van omstandigheden oplevert. De vader heeft betwist dat deze regelingen niet goed worden nagekomen en de rechtbank acht de stelling daaromtrent van de moeder onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank stelt voorts vast dat de moeder ook de stelling dat zij kampt met gezondheidsproblemen die van invloed zijn op haar mogelijkheden om de kinderen te verzorgen en op te voeden, niet heeft onderbouwd. Uit de toelichting die de moeder op de zitting heeft gegeven, blijkt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende waarom deze gezondheidsproblemen een voor de zorg- en vakantieregeling relevante wijziging van omstandigheden zouden opleveren. Omdat de gezondheidsproblemen fysiek zijn van aard (pijn aan het been) en de verzorging van de kinderen, gelet op hun leeftijd, de moeder slechts in beperkte mate fysiek belast, ziet de rechtbank niet in waarom de gestelde gezondheidsproblemen van de moeder een wijziging van omstandigheden in de zin van artikel 1:377e BW zouden opleveren.
Ten aanzien van het feit dat de vader nu geen werk heeft, terwijl dit wel het geval was ten tijde van de beschikkingen waarin de huidige zorg- en vakantieregelingen zijn vastgesteld, overweegt de rechtbank als volgt. De vader heeft onweersproken gesteld dat hij op zoek is naar een nieuwe baan en dat hij in dat kader al een opleiding tot verkeersregelaar heeft gevolgd. De vader hoopt weer een baan te vinden, maar dat is door problemen met zijn gezondheid tot op heden niet gelukt. Het feit dat de vader op dit moment geen baan heeft is weliswaar een wijziging van omstandigheden, maar deze wijziging is in beginsel niet duurzaam van aard en daarom geen rechtens relevante wijziging op grond waarvan de zorgregeling gewijzigd kan worden. Uitgangspunt is immers dat de vader zodra zijn gezondheid dat toelaat weer gaat werken en dat hij dan ook een baan kan accepteren zonder dat hij eerst een verzoek tot wijziging van de zorgregeling moet indienen bij de rechtbank.
Op basis van het voorgaande verklaart de rechtbank de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wijziging van de zorgregeling.
Ouderschapsbemiddeling
Op de zitting is gebleken dat de communicatie tussen de ouders op dit moment niet goed verloopt. Beide ouders hebben aangegeven dat zij dit vervelend vinden, dat zij graag zouden willen dat zij beter met elkaar kunnen communiceren en dat zij openstaan voor hulpverlening in dat verband. De rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat de onderlinge communicatie tussen de ouders verbetert, ook met het oog op de afspraken die zij met elkaar zullen moeten maken ten aanzien van de concrete verdeling van vakanties, feestdagen en studiedagen, en vindt het zeer positief dat de ouders daaraan willen werken.
Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject Ouderschapsbemiddeling. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Enver voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Enver.
De rechtbank zal de ouders bij eindbeschikking verwijzen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de hulpverleningsinstantie een (eind)rapportage over het verloop van het traject indient.
Kindbrief
De kinderrechter heeft aan [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] gevraagd hoe zij de beslissing van de rechtbank te horen willen krijgen. [de minderjarige 1] wil graag van zijn ouders horen wat de rechtbank beslist, [de minderjarige 2] wil graag een brief van de kinderrechter waarin zij haar beslissing zelf aan [de minderjarige 2] uitlegt. De kinderrechter heeft daarom een brief aan [de minderjarige 2] gestuurd. Hieronder volgt de tekst van die brief, zodat beide ouders weten welke uitleg [de minderjarige 2] heeft ontvangen.
Beste [de minderjarige 2] ,
Op 6 januari was jij op de rechtbank en hebben we met elkaar gepraat. Je vertelde toen dat je het fijn hebt bij papa en bij mama. Je vertelde ook dat je het leuk vindt om met papa naar [plaats 2] te gaan en daar met [naam] en haar moeder te zien en met je vriendinnen in [plaats 2] te spelen. Ik heb ook met je ouders gepraat over hoe het met jullie gaat.
Ik vind de regeling die er nu is een goede regeling. Jullie zijn het ene weekend bij papa en het andere weekend bij mama. Dat betekent dat jullie met papa én met mama vrije dagen hebben, waarin jullie leuke dingen kunnen doen. Dat vind ik belangrijk. In de zomervakantie zijn jullie een paar weken bij papa. Dat vinden jullie ook fijn, dus dat laat ik zo. Papa en mama moeten samen afspraken maken over de andere vakanties.
Ik hoop dat ik hiermee duidelijk heb uitgelegd wat mijn beslissing is en waarom ik dit zo heb besloten. Jullie ouders krijgen van mij een officiële brief (dat heet een beschikking), waarin precies staat wat ik heb bepaald. Daarin staat ook wat ik jou in deze brief heb verteld.
[de minderjarige 1] wilde geen brief van mij, hij wilde liever van papa en mama horen wat ik heb besloten. Daarom heb ik alleen een brief naar jou geschreven. Als [de minderjarige 1] wil weten wat ik jou geschreven heb (en jij dat goed vindt) mag je hem deze brief natuurlijk laten lezen.
Ik hoop dat je mijn beslissing begrijpt en ik wens je een goede toekomst.
Met vriendelijke groet,
De kinderrechter
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wijziging van de zorgregeling;
*
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de moeder] ,
wonende aan de [adres 1] ,
en
[de vader] ,
wonende aan de [adres 2] ,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Enver voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
Enver, Omgangsbegeleiding, [adres 3] ;
stelt vast dat de ouders bij eindbeschikking zijn verwezen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, kinderrechter, bijgestaan door
mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 februari 2026.