Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:5421

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
C/09/650265 / FA RK 23-4834
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 815 lid 2 RvArt. 815 lid 6 RvArt. 1:93 BWArt. 1:100 BWArt. 1:102 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met zorgregeling, hoofdverblijfplaats en verdeling huwelijksgemeenschap

Partijen zijn gehuwd sinds 2011 en hebben twee minderjarige kinderen. De rechtbank behandelt het verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen, waaronder de hoofdverblijfplaats van de kinderen, zorgregeling, alimentatie en verdeling van de huwelijksgemeenschap.

De rechtbank verklaart het verzoek ontvankelijk ondanks het ontbreken van een ondertekend ouderschapsplan, omdat partijen gemotiveerd hebben dat dit redelijkerwijs niet mogelijk is. De echtscheiding wordt toegewezen omdat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De hoofdverblijfplaats van de kinderen wordt vastgesteld bij de vrouw. De zorgregeling wordt aangepast: zolang de man geen geschikte woonruimte heeft, verblijven de kinderen op losse dagen bij hem; bij geschikte woonruimte verblijven zij eens per twee weken van vrijdag tot maandag bij hem. De vakanties worden gelijk verdeeld.

De man betaalt vanaf 1 januari 2026 kinderalimentatie van €25 per kind per maand. De huwelijksgemeenschap wordt verdeeld: de vrouw neemt de woning over tegen een bindend vastgestelde taxatiewaarde, met mogelijkheid tot verkoop indien overname niet lukt. De Toyota en Citroën worden aan de man toegedeeld met verrekening van de helft van de waarde aan de vrouw, de Suzuki is verkocht en de vrouw betaalt de man de helft van de opbrengst. Bankrekeningen worden per peildatum bij helfte verdeeld, met inzageplicht voor de vrouw. De inboedel gaat naar de vrouw zonder verrekening. Schulden, waaronder de schuld voor de Citroën, worden gelijkelijk gedragen. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, stelt de hoofdverblijfplaats bij de vrouw vast, regelt de zorgregeling en alimentatie, en verdeelt de huwelijksgemeenschap inclusief woning, auto’s, bankrekeningen, inboedel en schulden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 23-4834 (echtscheiding)
FA RK 23-7456 (verdeling)
Zaaknummer: C/09/650265 (echtscheiding)
C/09/655293 (verdeling)
Datum beschikking: 13 februari 2026

Scheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 28 juni 2023 ingekomen verzoek van:

[de man],

de man,
wonende in Den Haag,
advocaat: mr. D. Matadien te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw],

de vrouw,
wonende in Den Haag,
advocaat: mr. T. Ertekin te Den Haag.

Procedure

Bij beschikking van 31 juli 2024 van deze rechtbank zijn partijen doorverwezen naar de voor hen bekende mediator om te proberen hun geschillen door middel van mediation tot een oplossing te brengen. Iedere verdere beslissing ten aanzien van de echtscheiding, de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling, de alimentatie, de verdeling en de proceskosten zijn aangehouden tot 1 november 2024 pro forma.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook :
  • het uitstelverzoek van 18 oktober 2024 van de zijde van de man;
  • het uitstelverzoek van 21 mei 2025 van de zijde van de man;
  • het F9-formulier van 6 augustus 2025 van de zijde van de man;
  • het F9-formulier van 11 augustus 2025 van de zijde van de vrouw;
  • het F9-formulier van 28 oktober 2025 van de zijde van de vrouw;
  • het F9-formulier van 29 oktober 2025 van de zijde van de man.
Op 9 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de man bijgestaan door zijn advocaat;
  • de vrouw bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad)..

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd op [datum] 2011 te [plaats].
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats].
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot:
  • vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw;
  • de vrouw te bevelen om de lijfsieraden van de man binnen een week na de echtscheidingsbeschikking aan de man terug te geven onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag indien de vrouw geen gehoor geeft aan het bevel;
  • bepaling dat de omvang en waarde van de huwelijksgemeenschap wordt vastgesteld en verdeeld ten overstaan van een door de rechtbank te benoemen notaris en onzijdig persoon;
  • toewijzing van de echtelijke woning aan de vrouw bij verkrijging van een hypotheek door de vrouw. In het geval dat geen hypotheek wordt verkregen, partijen op te dragen mee te werken aan de verkoop van de echtelijke woning,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bovendien heeft de vrouw zelfstandig verzocht tot:
- vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over de kinderen in die zin dat de kinderen bij de man verblijven:
- in de oneven weken van woensdag 18:00 uur tot zondag 18:00 uur;
- in de even weken van woensdag 18:00 uur tot vrijdag 18:00 uur;
- de helft van de vakanties;
- vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, in die zin dat:
- de woning van partijen aan de vrouw wordt toebedeeld onder uitkoop van de man;
- de banktegoeden van partijen per peildatum bij helfte worden verdeeld;
- van de drie auto’s (een Toyota, Citroën en Suzuki Alto) de helft van de getaxeerde waarde aan de vrouw toekomt;
- de inboedel wordt verdeeld volgens een nader in te dienen voorstel van de vrouw,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Echtscheiding
Ontvankelijkheid – ontbreken ouderschapsplan
De rechtbank stelt vast dat geen, door beide ouders ondertekend, ouderschapsplan is overgelegd. Op grond van artikel 815 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan te bevatten ten aanzien van de minderjarige kinderen van beide ouders over wie zij al dan niet gezamenlijk het gezag uitoefenen.
Nu het ouderschapsplan in de wet is geformuleerd als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken, heeft de rechtbank de bevoegdheid een echtgenoot in het verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815 lid 6 Rv Pro).
De man heeft bij zijn verzoekschrift een ongetekend concept-ouderschapsplan ingediend. Tijdens de zitting is gebleken dat het partijen, ondanks meerdere pogingen daartoe in het kader van mediation, niet is gelukt een door beiden ondertekend ouderschapsplan te overleggen. Naar het oordeel van de rechtbank hebben partijen voldoende gemotiveerd dat het op dit moment niet mogelijk is om een door beide partijen getekend ouderschapsplan te overleggen. De rechtbank zal de man derhalve ontvangen in zijn verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen.
Inhoudelijke beoordeling
De man heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De vrouw betwist dit inmiddels niet meer, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Hoofdverblijfplaats
Partijen zijn het erover eens dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw moet worden bepaald, zodat de rechtbank dienovereenkomstig zal beslissen.
Zorgregeling
De vrouw verzoekt een zorgregeling waarbij de kinderen in de oneven weken van woensdag 18:00 uur tot zondag 18:00 uur bij de man verblijven en in de even weken van woensdag 18:00 uur tot vrijdag 18:00 uur bij de man verblijven. Daarnaast verzoekt de vrouw dat de vakanties bij helfte worden verdeeld.
De man voert verweer tegen de voorgestelde zorgregeling van de vrouw. De man beschikt nog niet over geschikte woonruimte om de kinderen bij zich te kunnen ontvangen. Hoewel hij graag zou willen dat de kinderen bij hem kunnen verblijven en overnachten, is dat in zijn huidige woonsituatie onverantwoord.
Tijdens de zitting is met partijen gesproken over de vaststelling van een zorgregeling. De vrouw heeft bevestigd dat de woning/kamer van de man niet geschikt is om de kinderen op te vangen. Als alternatief heeft zij voorgesteld dat de man de door haar voorgestelde zorgregeling in de echtelijke woning zou kunnen uitvoeren. De man heeft hiermee niet ingestemd, nu hij van mening is dat een dergelijke constructie zal leiden tot discussies en spanningen. Partijen zijn tijdens de zitting daarom overeengekomen dat de kinderen uitsluitend op losse dagen bij de man zullen verblijven.
Partijen zijn overeengekomen dat de man de kinderen op de volgende momenten bij zich zal hebben:
  • in de ene week op zaterdag vanaf de ochtend (afhankelijk van hoe laat de voetbal begint) tot 19.30 uur, waarbij de man de kinderen bij de vrouw ophaalt en terugbrengt en de kinderen reeds gegeten hebben;
  • in de andere week op zondag van 10.30 uur tot 18.00 uur, waarbij de man de kinderen bij de vrouw ophaalt en terugbrengt en de kinderen reeds gegeten hebben;
  • iedere maandagmiddag, waarbij de man de kinderen bij de vrouw ophaalt voor de voetbaltraining en hen na afloop van de training weer bij de vrouw terugbrengt.
Zodra de man beschikt over geschikte woonruimte, zullen de kinderen eens per twee weken van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de man verblijven.
Daarnaast is tijdens de zitting met partijen afgesproken dat de vakanties bij helfte zullen worden verdeeld, een en ander in onderling overleg nader te bepalen. Ten aanzien van de zomervakantie geldt dat deze zo wordt verdeeld dat iedere ouder drie aaneengesloten weken met de kinderen heeft.
Voorts is afgesproken dat de kinderen de drie studiedagen die dit schooljaar 2025/2026 nog plaatsvinden bij de man zullen verblijven. De vrouw zal de man de exacte data van deze studiedagen nog doorgeven. Met betrekking tot de verdeling van de studiedagen in schooljaar 2026/2027 (en verder) zullen partijen hierover in onderling overleg moeten treden.
Nu tijdens de zitting is gebleken dat de onderlinge communicatie tussen partijen niet optimaal verloopt, is met partijen gesproken over deelname aan een ouderschapsbemiddelingstraject. In het kader van dit traject kunnen partijen nadere afspraken maken omtrent de zorgregeling. Beide partijen hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan Ouderschapsbemiddeling. De rechtbank zal de ouders daarom in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per e-mail verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan Ouderschapsbemiddeling en aanmelding bij de desbetreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal ook deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding. Nu de rechtbank in deze procedure een eindbeschikking zal geven, hoeft de eindrapportage niet aan de rechtbank te worden toegezonden. Ook zal de zogenaamde ‘lus’, waarbij het Kenniscentrum Kind en Scheiding opgedragen wordt de eindrapportage naar de Raad te sturen, niet worden opgenomen.
Alimentatie
Partijen zijn overeengekomen dat de man met ingang van 1 januari 2026 aan de vrouw een bedrag van € 25,- per kind per maand aan kinderalimentatie zal voldoen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Verdeling
Partijen zijn gehuwd op [datum] 2011 te [plaats]. Nu is gesteld noch gebleken dat partijen huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt, moet gelet op het bepaalde in artikel 1:93 BW Pro worden aangenomen dat tussen de echtgenoten een algehele gemeenschap van goederen bestaat. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de huwelijksgemeenschap ingevolge artikel 1:100 BW Pro bij helfte tussen partijen wordt verdeeld.
Peildatum
Als peildatum voor de omvang van de huwelijksgemeenschap geldt de datum van indiening van het verzoekschrift, te weten 28 juni 2023. Voor de waardering geldt – voor zover de man en de vrouw niet anders overeenkomen – de datum van de feitelijke verdeling als peildatum.
Omvang
Partijen hebben gesteld dat de volgende vermogensbestanddelen in de ontbonden huwelijksgemeenschap vallen:
de echtelijke woning aan de [adres] te ([postcode]) [plaats], en de daarbij behorende hypotheek en de daaraan gekoppelde levensverzekeringen;
de auto’s;
a. Toyota;
b. Suzuki Alto;
c. Citroën;
3. de bankrekeningen;
4. de inboedel;
5. de lijfsieraden;
6. de schulden.
Ad. 1- de echtelijke woning
Partijen zijn het er over eens dat de vrouw de woning zal overnemen. Zij verschillen echter van mening over de waarde waartegen de vrouw de woning zal overnemen. De vrouw wenst de woning over te nemen tegen de WOZ-waarde, terwijl de man wenst dat de vrouw de woning overneemt tegen de huidige economische waarde.
Tijdens de zitting is met partijen overeengekomen dat zij het door de rechtbank besproken zogenoemde ‘spoorboekje’ zullen volgen. In dat kader zal de man drie onafhankelijke makelaars voorstellen, waaruit de vrouw er één zal kiezen. Partijen verstrekken vervolgens binnen één week een gezamenlijke opdracht aan deze makelaar-taxateur tot taxatie van de woning. Partijen zijn expliciet overeengekomen dat deze makelaar-taxateur de waarde van de woning bindend zal vaststellen, waartegen de vrouw de woning vervolgens zal overnemen, conform het in het dictum opgenomen spoorboekje.
Indien blijkt dat de vrouw de woning niet kan overnemen, zal de woning worden verkocht en geleverd aan een derde. De wijze van verkoop en de voorwaarden waaronder de woning aan een derde wordt overgedragen, zullen opnieuw worden bepaald conform het in het dictum opgenomen spoorboekje.
Ad. 2 - de auto’s
Partijen hebben drie auto’s, te weten een Toyota, Suzuki en een Citroën. De Toyota en de Citroën zijn in het bezit van de man en de Suzuki is in het bezit van de vrouw. De man stelt dat de Citroën een leaseauto is en daarom niet tot de gemeenschap behoort, terwijl de vrouw van mening is dat de Citroën wel tot de gemeenschap behoort.
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank is van oordeel dat de Citroën onderdeel uitmaakt van de gemeenschap. Het feit dat de Citroën via financial lease wordt gefinancierd (koop op afbetaling) doet hieraan niet af. De Citroën dient derhalve te worden verdeeld.
De rechtbank zal bepalen dat de Citroën en de Toyota aan de man worden toegedeeld, onder verrekening van de helft van de waarde aan de vrouw. Aangezien partijen het niet eens zijn over de waarde van de auto’s, acht de rechtbank het redelijk om aan te sluiten bij de ANWB-koerslijst. De man dient de vrouw de benodigde gegevens te verstrekken zodat zij ook de waarden van de auto’s via de ANWB-koerslijst kan opvragen.
De rechtbank merkt op dat nu de Citroën via een financial leasecontract is aangeschaft, er sprake is van een schuld binnen de gemeenschap. Deze schuld zal hierna door de rechtbank worden meegenomen onder het kopje ‘schulden’.
Ten aanzien van de Suzuki overweegt de rechtbank als volgt. Tijdens de zitting is gebleken dat de vrouw de Suzuki heeft verkocht voor een bedrag van € 500,-. Partijen zijn overeengekomen uit te gaan van een waarde van € 500,- en dat de vrouw de helft van deze waarde, te weten € 250,-, aan de man zal voldoen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Ad. 3 - de bankrekeningen
De vrouw wil graag dat de saldi van de bankrekeningen per peildatum bij helfte worden verdeeld.
De man stemt in principe in met een verdeling bij helfte van de saldi van de bankrekeningen per peildatum. Tijdens de zitting heeft hij onderbouwd dat de vrouw vanaf april 2023, kort voor de peildatum, aanzienlijke bedragen van de rekening aan derden heeft overgemaakt. De vrouw ontkent niet dat dergelijke overboekingen hebben plaatsgevonden, maar stelt dat deze bedragen zijn gebruikt voor aflossing van leningen, die bij de man bekend zouden zijn. Het overige geld heeft de vrouw gebruikt om kosten van de huishouding te voldoen, omdat haar eigen inkomen ontoereikend was en de man geen inkomen had. De man betwist deze toelichting.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de man voldoende belang heeft om inzage te krijgen in de saldi van de bankrekeningen op naam van de vrouw. De rechtbank zal daarom bepalen dat de vrouw de man inzage dient te verschaffen in het verloop van de saldi van alle bankrekening die op haar naam staan, vanaf januari 2023 tot op de peildatum.
Voorts overweegt de rechtbank dat het uitgangspunt is dat de saldi van de bankrekeningen van partijen per de peildatum bij helfte worden verdeeld. De rechtbank zal aldus bepalen dat iedere partij de op zijn of haar naam staande bankrekening(en) behoudt, onder de verplichting dat de positieve saldi per peildatum bij helfte dienen te worden gedeeld en de negatieve saldi bij helfte dienen te worden gedragen.
Ad. 4 - de inboedel
Partijen zijn het erover eens dat de inboedel aan de vrouw wordt toegedeeld, zonder nadere verrekening. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Ad. 5 - de lijfsieraden
De man heeft specifiek verzocht om toedeling van lijfsieraden die afkomstig zijn uit zijn familie. Tussen partijen is duidelijk om welke sieraden het gaat. Aangezien niet duidelijk is wie voormelde sieraden in zijn/haar bezit heeft, kan de rechtbank hierover geen beslissing nemen. Het verzoek van de man en de daaraan verbonden dwangsom zal derhalve worden afgewezen. Op de zitting hebben partijen met elkaar afgesproken dat in het geval deze sieraden weer worden gevonden, deze zullen worden toegedeeld aan de man.
Ad. 6 - de schulden
De man is van mening dat nadat de waarde en de omvang van de huwelijksgemeenschap bekend is, de schulden gelijkelijk tussen partijen verdeeld dient te worden.
De rechtbank stelt voorop dat schulden niet voor verdeling in aanmerking komen, omdat een schuld geen goed is zoals bedoeld in artikel 3:182 BW Pro. Voorop staat bovendien dat het niet mogelijk is door verdelingshandelingen wijzigingen aan te brengen in de in artikelen 1:102 BW neergelegde aansprakelijkheid van partijen jegens schuldeisers. In de onderlinge verhouding tussen partijen dient ieder van hen voor de helft bij te dragen in de schuld tenzij daaromtrent anders wordt overeengekomen (artikel 1:100 BW Pro). Indien, ten slotte, één van partijen, daartoe aangesproken door de schuldeiser, meer heeft bijgedragen in de schuld dan het gedeelte dat hem aangaat, heeft hij voor het meerdere een regresrecht op de andere partij (artikel 6:10 BW Pro).
De man heeft niet gespecifieerd welke schulden precies aanwezig zijn binnen de gemeenschap, met uitzondering van de schuld die bij het Motorhuis is aangegaan voor de aankoop van de Citroën, waarvan de hoogte per peildatum overigens onbekend is. De rechtbank kan derhalve enkel een beslissing nemen over deze schuld. De rechtbank zal bepalen dat partijen ieder voor de helft van de schuld draagplichtig zijn voor deze schuld naar de stand per peildatum.
Verdeling huwelijksgemeenschap ten overstaan van een door de rechtbank te benoemen notaris en onzijdig persoon
De rechtbank zal het verzoek van de man om een notaris en onzijdig persoon te benoemen teneinde de huwelijksgoederengemeenschap van partijen te verdelen afwijzen. De rechtbank stelt immers de wijze van verdeling reeds vast in deze beschikking. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen aan deze verdeling uitvoering zullen geven, zodat de man geen belang meer heeft bij zijn verzoek.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2011 te
[plaats];
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de vrouw] (moeder)
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[de man] (vader)
wonende op een bij de rechtbank bekend adres;
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het hulpverleningstraject Ouderschapsbemiddeling, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van deze beschikking te zenden naar:
Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
*
bepaalt dat de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats].
de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw;
*
bepaalt dat – zolang de man niet over een geschikte woning beschikt – de minderjarigen op de volgende momenten bij de man zijn:
  • de ene week op zaterdag vanaf de ochtend (afhankelijk van hoe laat de voetbal begint) tot 19.30, waarbij de man de kinderen ophaalt en terugbrengt bij de vrouw en de kinderen al gegeten hebben;
  • de andere week op zondag van 10.30 uur tot 18.00 uur, waarbij de man de kinderen ophaalt en terugbrengt bij de vrouw en de kinderen al gegeten hebben;
  • iedere maandagmiddag, waarbij de man de kinderen bij de vrouw ophaalt voor de voetbaltraining en ze ook weer terugbrengt na de voetbaltraining;
bepaalt dat – op het moment dat de man over geschikte woonruimte beschikt – de minderjarigen eens in de twee weken van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de man verblijven;
*
bepaalt dat de vakanties bij helfte zullen worden verdeeld, in onderling overleg nader te bepalen, waarbij voor de zomervakantie geldt dat elke ouder drie aaneengesloten weken met de kinderen heeft;
*
bepaalt dat de kinderen alle nog komende studiedagen in het schooljaar 2025/2026 bij de man verblijven;
*
bepaalt dat de studiedagen in schooljaar 2026/2027 en verder in onderling overleg worden verdeeld;
*
bepaalt dat de man, met ingang van 1 januari 2026 voor de verzorging en opvoeding van de minderjarigen aan de vrouw zal betalen een bedrag van € 25,- per maand per kind, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
stelt de verdeling van de algehele gemeenschap van goederen als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
1. met betrekking tot de woning, gelegen aan de [adres] te ([postcode]) [plaats] en de daaraan gekoppelde hypothecaire geldlening:
1. de woning wordt toegedeeld aan de vrouw op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) voor zover partijen het niet eens worden over de keuze voor een onafhankelijke makelaar-taxateur dient de man aan de vrouw binnen één maand na de datum van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand drie onafhankelijke makelaar-taxateurs voor te stellen die bereid en in staat zijn de woning te taxeren, waaruit de vrouw er vervolgens binnen één week één kiest. Partijen verstrekken vervolgens binnen één week een gezamenlijke opdracht aan deze makelaar-taxateur tot taxatie van de woning. Deze makelaar-taxateur zal tussen partijen bindend de waarde vaststellen waartegen de vrouw de woning zal overnemen;
b) de vrouw dient binnen twee maanden na de taxatie aan de man aan te tonen dat zij de woning tegen de getaxeerde waarde kan overnemen met ontslag van de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening;
c) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de getaxeerde waarde, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de makelaar-taxateur;
d) de kosten van de notariële overdracht worden door de vrouw, als kosten koper, voldaan;
e) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
2) indien de vrouw de woning niet kan overnemen onder bovengenoemde voorwaarden dan wordt de woning verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) partijen dienen binnen één week nadat de onder 1) genoemde termijn is verstreken of nadat de vrouw kenbaar heeft gemaakt de woning niet te kunnen overnemen aan de onder 1) genoemde makelaar-taxateur een gezamenlijke opdracht te verstrekken tot verkoop van de woning aan een derde. Deze makelaar-taxateur zal – als partijen het niet eens zijn – partijen bindend adviseren over de vast te stellen vraag- en laatprijs van de woning;
b) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de verkoopopbrengst van de woning, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de verkoop en de overdracht, waaronder de kosten van de makelaar-taxateur;
c) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
2) met betrekking tot de auto’s;
  • bepaalt dat de Toyota en de Citroën aan de man worden toegedeeld onder verrekening van de helft van de waarde aan de vrouw, waarbij de dagwaarde wordt bepaald aan de hand van de ANWB-koerslijst;
  • bepaalt dat de vrouw de helft van de verkoopopbrengst van de Suzuki, te weten € 250,-, aan de man dient te betalen;
3) met betrekking tot de bankrekeningen:
  • bepaalt dat de vrouw de man inzage dient te geven in het verloop van de saldi van alle bankrekening die op haar naam staan, vanaf januari 2023 tot op de peildatum;
  • bepaalt dat ieder zijn of haar eigen bankrekening houdt, onder verrekening van de helft van de saldi op de peildatum;
4) met betrekking tot de inboedel:
- bepaalt dat de inboedel wordt toebedeeld aan de vrouw zonder nadere verrekening;
5) met betrekking tot de schulden:
- bepaalt dat elk van partijen draagplichtig is voor de helft van de schuld per peildatum die is aangegaan voor de aankoop van de Citroën;
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 februari 2026.