Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:5433

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
C/09/696400 / FA RK 25-9614
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorzieningen toevertrouwing kinderen en exclusief gebruik echtelijke woning

Partijen zijn gehuwd en ouders van drie kinderen, waaronder twee minderjarigen, waarvan één meervoudig gehandicapt is. De vrouw verzoekt voorlopige voorzieningen voor toevertrouwing van de kinderen aan haar en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, vanwege onhoudbare spanningen en psychische mishandeling door de man.

De man betwist de beschuldigingen en stelt dat hij een belangrijke rol speelt in de zorg en dat het verlaten van de woning geen oplossing is. De rechtbank constateert een slechte onderlinge verhouding en dat gezamenlijk verblijf in de woning niet mogelijk is.

De rechtbank weegt het belang van de kinderen zwaar, vooral gezien de ernstige psychische problemen van de oudste minderjarige en de zorgbehoefte van de meervoudig gehandicapte jongere. De vrouw draagt het leeuwendeel van de zorg en onderhoudt het contact met de school, terwijl de man nauwelijks betrokken is.

Gezien de situatie en het belang van de kinderen wijst de rechtbank het verzoek van de vrouw toe, vertrouwt de kinderen aan haar toe en kent haar het uitsluitend gebruik van de woning toe, met het bevel aan de man de woning te verlaten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw toe en kent haar de toevertrouwing van de kinderen en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe, met het bevel aan de man de woning te verlaten.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-9614
Zaaknummer: C/09/696400
Datum beschikking: 13 februari 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikkingop het op 5 december 2025 bij de rechtbank Rotterdam en op 17 december 2025 bij de rechtbank Den Haag ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Czarnota in Oosterhout.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G. Alkilic in ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het bericht met bijlagen van 15 december 2025 van de vrouw;
  • het bericht met bijlage van 16 december 2025 van de vrouw;
  • het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken van de man;
  • het bericht met bijlagen van 23 januari 2026 van de vrouw.
De minderjarige [de minderjarige 1] heeft zich in een gesprek met de kinderrechter uitgelaten over de verzoeken.
De minderjarige [de minderjarige 2] is daartoe in de gelegenheid gesteld, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
Op 27 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw bijgestaan door haar advocaat;
  • de man bijgestaan door zijn advocaat en tolk B. Karpinska (Pools);
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

  • Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2012 in [plaats 1] , [land] .
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen;
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2009 in [geboorteplaats] .
  • Daarnaast zijn zij de ouders van de jong-meerderjarige [de jong-meerderjarige] , geboren op [geboortedatum 3] 2006 in [geboorteplaats] .
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over de kinderen.
  • De man, de vrouw en de kinderen hebben allen de Poolse nationaliteit.
  • Bij beschikking van 17 december 2025 van de rechtbank Rotterdam heeft de rechtbank zich relatief onbevoegd verklaard en heeft de zaak doorverwezen naar de rechtbank Den Haag.

Verzoek en verweer

Het verzoek van vrouw, zoals dat nu luidt strekt ertoe dat:
  • de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd;
  • de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan het [adres] , met het bevel dat de man de woning dient te verlaten en verder niet mag betreden, met bepaling dat bij weigering van de man om de woning te verlaten dit kan worden uitgevoerd met de sterke arm;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de man zelfstandig, voor de duur van de procedure:
  • de minderjarige kinderen van partijen aan de man toe te vertrouwen;
  • dat de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter komt in deze voorlopige voorzieningenprocedure rechtsmacht toe en past daarbij Nederlands recht toe.
Toevertrouwing van de kinderen en uitsluitend gebruik van de echtelijke woning
Beide ouders verzoeken de kinderen aan hen toe te vertrouwen en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning.
De vrouw stelt dat sprake is van onhoudbare spanningen in huis, en dwingende controle en psychische mishandeling van [de minderjarige 1] door de man. Dit heeft er volgens de vrouw mede voor gezorgd dat [de minderjarige 1] de situatie thuis niet meer aan kon, en op 28 november 2025 weg is gelopen. Zij is toen in verwarde toestand en onderkoeld door de politie aangetroffen in [plaats 2] . Het Crisis Interventie Team (CIT) is betrokken geraakt en daar heeft [de minderjarige 1] aangegeven niet naar huis te willen zolang de man daar verblijft. Op dit moment verblijft zij tijdelijk bij een vriendin van de vrouw maar dit is geen permanente oplossing. Daarnaast heeft [de minderjarige 1] nogmaals geprobeerd met een grote hoeveelheid paracetamol een einde aan haar leven te maken. De vrouw maakt zich grote zorgen om [de minderjarige 1] en wil graag dat zij naar huis komt. Daarnaast geeft de vrouw aan de volledige zorg te dragen voor [de minderjarige 2] , die meervoudig gehandicapt is. Hierdoor heeft [de minderjarige 2] 24-uurs verzorging nodig en heeft epilepsie De echtelijke woning is hierop aangepast. Gelet op dit alles vindt de vrouw het belangrijk dat de kinderen aan haar worden toevertrouwd, en dat zij samen met de kinderen in de echtelijke woning kan blijven met uitsluiting van de man.
De man voert verweer. Hij betwist dat sprake is van dwingende controle of psychische mishandeling door hem. Volgens de man is [de minderjarige 1] vaker weggelopen, ook als de man niet in de woning was. De psychische problematiek van [de minderjarige 1] wijt de man vooral aan de verzorgingslast voor [de minderjarige 2] in combinatie met de beoefening van topsport (tennis). Hoewel de man erkent dat het niet goed gaat met beide kinderen, is volgens hem het verlaten van de woning geen oplossing. Daarnaast stelt de man, in tegenstelling tot wat de vrouw zegt, een belangrijke rol te vervullen in de zorg voor [de minderjarige 2] . De man is daarom van mening dat de ouders afspraken kunnen maken over het gebruik van de ruimtes in de echtelijke woning om zo de spanningen te voorkomen.
De rechtbank stelt allereerst voorop dat voorlopige voorzieningen het karakter hebben van een ordemaatregel van voorlopige aard in het kader van de echtscheidingsprocedure. Het uitgangspunt daarbij is dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van de ouders, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Het is de rechtbank gebleken dat de onderlinge verhouding tussen de ouders slecht is en dat zij niet meer gezamenlijk in de echtelijke woning kunnen verblijven. De rechtbank zal daarom een belangenafweging moeten maken, en beoordelen welke partij op dit moment het meeste belang heeft bij verblijf in de woning. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt
De vrouw stelt dat de man komt en gaat in de woning en zich verder niet bemoeit met het reilen en zeilen van het gezin. Zo gaat hij af en toe naar Polen zonder aankondiging en is hij dan ook weer opeens terug. De man heeft dit niet bestreden. De rechtbank overweegt verder dat [de minderjarige 2] meervoudig gehandicapt is en 24-uurs verzorging nodig heeft. De echtelijke woning is aangepast aan haar zorgbehoefte. Daarnaast kan [de minderjarige 2] niet goed tegen veranderingen en spanningen, zoals de situatie tussen vader en [de minderjarige 1] , wat kan leiden tot (extreme) epileptische aanvallen. De rechtbank overweegt verder dat [de minderjarige 1] in het kindgesprek heeft aangegeven geen contact meer te willen met de man. Ze woont al geruime tijd niet meer thuis en verblijft bij vrienden van de vrouw. [de minderjarige 1] heeft meerdere zelfmoordpogingen ondernomen en heeft de vrijdag voor de mondelinge behandeling een paniekaanval gehad waarbij zij met een ambulance is weggebracht. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het niet goed gaat met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] en dat de huidige situatie voor de kinderen zo spoedig mogelijk moet eindigen, omdat anders het risico van (nieuwe) escalatie aanwezig blijft.
Hoewel beide ouders op zichzelf bekeken een gelijk belang hebben om in de woning te blijven, is het belang van de kinderen in deze situatie doorslaggevend. Op basis van de stukken in het dossier en dat wat besproken is tijdens de zitting, is de rechtbank van oordeel dat de vrouw het leeuwendeel van de zorg over de kinderen op zich neemt. Zij zorgt voor [de minderjarige 2] en heeft contact met de [school] , de speciale school waar [de minderjarige 2] naar toe gaat. Uit de verslagen van de school blijkt dat de man slechts twee keer per jaar komt opdagen en de Nederlandse taal niet machtig is. Daarnaast bezoekt de vrouw [de minderjarige 1] meermaals per week nu zij bij vrienden verblijft. De man heeft dit alles niet bestreden, en hoewel de rechtbank wil aannemen dat hij ook een rol speelt in de verzorging van [de minderjarige 2] , is de rechtbank voorlopig van oordeel dat de bijdrage van de vrouw aanzienlijk zwaarder weegt. De rechtbank overweegt verder dat [de minderjarige 1] ernstige problemen heeft met de aanwezigheid van de man met tot nu toe ernstige gevolgen. Op dit moment vereist het belang van de kinderen dat dat de verzoeken van de vrouw zullen worden toegewezen.
Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank de verzoeken van de vrouw toewijzen, en de kinderen aan haar toe vertrouwen en daarmee het uitsluitend gebruik van de woning aan de vrouw toekennen.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [plaats 2] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2009 in [plaats 2] ,
aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 februari 2026.