Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Bahaddar-omstandigheden is daarom geen sprake.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld omdat het kennelijk niet-ontvankelijk was.
De rechtbank constateerde dat eiser geen gronden van beroep had vermeld in het beroepschrift. Ondanks een verzoek om deze alsnog binnen vijf werkdagen in te dienen, bleef een reactie uit. Ook op het verzoek om een verschoonbare reden voor het verzuim te geven, werd niet gereageerd. Hierdoor was het beroep niet-ontvankelijk op grond van de Awb.
Daarnaast bood het dossier geen aanwijzingen dat bij overdracht aan Frankrijk sprake zou zijn van een schending van artikel 3 EVRM Pro, zodat de Bahaddar-omstandigheden niet van toepassing waren. De rechtbank wees het beroep af en kende geen proceskosten toe.
Uitkomst: Het beroep tegen het Dublin-besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en geen verschoonbare reden voor het verzuim.