Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:5490

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
NL25.59770
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser heeft op 18 mei 2024 een asielaanvraag ingediend. Vervolgens heeft hij meerdere keren beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op deze aanvraag. Het eerste beroep, ingediend op 8 september 2025, werd op 23 december 2025 gegrond verklaard, waarbij de minister werd opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen.

Een tweede beroep, ingesteld op 16 oktober 2025, werd door eiser ingetrokken op 15 januari 2026. Het derde beroep, ingediend op 5 december 2025, is onderwerp van deze uitspraak. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of er procesbelang bestaat bij dit derde beroep.

De rechtbank oordeelt dat het procesbelang ontbreekt omdat reeds op het eerste beroep is beslist en er geen nieuwe omstandigheden zijn die een beoordeling van het derde beroep rechtvaardigen. Daarom verklaart de rechtbank het derde beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.59770

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. M. Pater),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het derde beroep dat eiser gelijktijdig heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 18 mei 2024.
1.1
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiser heeft op 8 september 2025 het eerste beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag ingediend. [2] Op 23 december 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats uitspraak op dat beroep gedaan. Het beroep is gegrond verklaard en de minister is opgedragen om binnen acht weken een besluit op de aanvraag bekend te maken.
2.1.
Op 16 oktober 2025 heeft eiser nogmaals beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. [3] Dat beroep is op 15 januari 2026 door eiser ingetrokken.
2.2.
Eiser heeft op 5 december 2025 nogmaals een beroep tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde asielaanvraag ingediend. Deze uitspraak gaat over dat derde beroep van
5 december 2025.
3. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van het onderhavige beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang. Eiser heeft dit beroep ingesteld terwijl er al twee procedures tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag aanhangig waren. Nu de rechtbank reeds op het eerste beroep van 8 september 2025 heeft beslist, is er geen belang meer bij de beoordeling van het onderhavige beroep.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.NL25.43150.
3.NL25.50439.