Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
- tijdens het rijden een telefoon te gebruiken en/of te bedienen, althans haar aandacht niet voortdurend en/of voldoende op die weg en/of die zich aldaar bevindende verkeersdeelnemers te houden, en/of
- een voor haar rijrichting bestemd rood licht uitstralend verkeerslicht niet (tijdig) op te merken en/of te negeren, en/of
- de kruising te benaderen met een snelheid tussen de 51 en 54 kilometer per uur, althans met een hogere snelheid dan voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, en/of
- haar snelheid niet zodanig te regelen dat zij, verdachte, in staat was haar voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij de weg kon overzien, ten gevolge waarvan een aanrijding is ontstaan met een aldaar overstekende voetganger (te weten [slachtoffer]),
waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een open botbreuk van het rechteronderbeen en/of gescheurde enkelbanden, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
3.De bewijsbeslissing
in de bijlageopgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
- haar aandacht niet voortdurend en voldoende op die weg en die zich aldaar bevindende verkeersdeelnemers te houden en
- een voor haar rijrichting bestemd rood licht uitstralend verkeerslicht niet tijdig op te merken en te negeren en
- de kruising te benaderen met een snelheid tussen de 51 en 54 kilometer per uur en
- haar snelheid niet zodanig te regelen dat zij, verdachte, in staat was haar voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij de weg kon overzien, ten gevolge waarvan een aanrijding is ontstaan met een aldaar overstekende voetganger, te weten [slachtoffer],
waardoor een ander, genaamd [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, te weten een open botbreuk van het rechteronderbeen en gescheurde enkelbanden werd toegebracht.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
120 (HONDERDTWINTIG) UREN;
60 (ZESTIG) DAGEN;
6 (ZES) MAANDEN.
2 (TWEE) JARENvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.