ECLI:NL:RBDHA:2026:5512
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen rechtmatige staandehouding en ophouding vreemdeling
Eiser, een Braziliaanse vreemdeling met een tijdelijke Portugese verblijfsvergunning, werd op 19 januari 2026 staande gehouden en opgehouden door de vreemdelingenpolitie in een woning waar meerdere niet-rechtmatig verblijvende vreemdelingen aanwezig waren. Tijdens de controle bleek dat eiser een bevel tot terugkeer naar Portugal had ontvangen op 26 november 2025 en dat hij Nederland niet had gemeld bij terugkeer.
Eiser voerde aan dat hij rechtmatig verbleef omdat hij gebruik maakte van zijn vrije termijn en een verblijfsrecht in Portugal had. De rechtbank oordeelde echter dat de staandehouding en ophouding rechtmatig waren omdat de politie op grond van de beschikbare gegevens mocht aannemen dat eiser niet rechtmatig verbleef. De verzending van het terugkeerbesluit was aantoonbaar en de politie had geen kennis van eisers vertrek uit Nederland in december 2025.
Hoewel later bleek dat eiser rechtmatig verbleef en de ophouding werd opgeheven, verandert dit niets aan de rechtmatigheid van de ophouding op het moment van uitvoering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de staandehouding en ophouding is ongegrond verklaard omdat deze rechtmatig plaatsvonden.