Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 16 maart 2026 uitspraak gedaan over het verzoek om een voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een asielaanvraag. Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van 16 februari 2026 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling nam, omdat Spanje volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en afgewezen. Dit omdat op dezelfde dag al uitspraak was gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL26.8563), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en er staat geen hoger beroep of verzet open. De beslissing is genomen op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en Spanje verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.