ECLI:NL:RBDHA:2026:5554

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
NL25.56144
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij afwijzing verblijfsdocument EU/EER

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER af te wijzen. Na afwijzing van het bezwaar door de minister heeft eiseres het beroep ingediend bij de rechtbank.

De rechtbank heeft eiseres meerdere malen in de gelegenheid gesteld het griffierecht van €194,- te betalen, eerst per brief van 20 december 2025 en vervolgens bij aangetekende brief van 19 januari 2026. Ondanks deze aanmaningen heeft eiseres het griffierecht niet voldaan en geen verontschuldiging gegeven voor het verzuim.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt op 16 maart 2026.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.56144

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.M. Bell),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 16 april 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER afgewezen.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
Bij besluit van 17 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. [1] In een zaak als deze is het griffierecht € 194,-. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
2. Bij brief van 20 december 2025 is eiseres in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na de datum van de brief het griffierecht te betalen. Hierop is niet gereageerd. Daarom is eiseres bij aangetekende brief van 19 januari 2026 nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de datum van de brief het griffierecht te betalen. In de brief is ook vermeld dat als het griffierecht niet binnen deze termijn wordt betaald het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
3. De rechtbank stelt vast dat eiseres het griffierecht niet heeft betaald. Eiseres heeft ook geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging van dit verzuim gebleken.
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 16 maart 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit is geregeld in artikel 8:41 van Pro de Awb.